Een maandag door de bril van ADHD

” Goeie morgen. Dit is je wekkerradio. Het is zeven uur en hier komt het nieuws” Zegt de stem van Linde in haar ochtendprogramma op  Studio Brussel.

” Tijd om op te staan.” Gaat het al door mijn hoofd. Als ik ’s morgens ontwaak gaan er ( over het algemeen ) heel wat dingen door m’n hoofd. Ik besef het niet. Als ik uit mijn bed ben gesprongen ren ik de trappen af en zing vrolijk  een willekeurig lied. Ik wens       ( uitgelaten ) mijn kinderen en m’n echtgenote een goede morgen en zet de radio aan in de keuken. Ik begin de nieuwslezer , die een bericht de wereld instuurt over de arrestatie van een rebelse Catalaanse politicus, de huid vol te schelden voor de onzin waar hij  bericht moet over geven. ( Wat kan hij daar nou aan doen? )

De wereld staat zoals gewoonlijk in rep en roer. Ik luister verder naar Linde die haar plaatjes draait. Deze morgen is het wat aan de flauwe kant. Dat vind ik zelden, ze is mijn favoriete “ginger babe”, tevens mijn favoriete radiopresentatrice.

Tijdens het luisteren smeer ik  boterhammen, onderteken agenda’s terwijl ik snel de krant doorneem en mijn sociale media bekijk op mijn slimme telefoon. ( Die ik eigenlijk niet zo slim vind zoals ze in de reclamespot wordt aangeprezen.)

Ik erger me aan zowat alles en geef commentaar op de meest uiteenlopende zaken die bij me binnenkomen. Nog geen tien minuten na het ontwaken zijn mijn hersencellen al druk in de weer. Allerlei gedachten beheersen mijn denken.

Zo vergaat het mij elke dag. Mijn wereld staat eveneens in rep en roer. Ik sta er niet bij stil maar m’n echtgenote en de kinderen worden in hun ochtendlijke rust verstoord. Ze manen me aan om wat kalmer te zijn en de rust in huis te bewaren. Ik erger me niet aan hun opmerking en probeer wat rustiger te doen. Zij zijn het ondertussen gewoon om me ’s ochtends tot kalmte aan te manen.

Zo gaat dat nu eenmaal als je met z’n allen samen onder één dak woont. Je wordt het leven met elkaar gewoon. We spreken onze gevoelens uit. We zijn een vrij expressief gezin. We weten ondanks onze felle uiting van emoties wel wat we aan elkaar hebben. Hier kroppen we niets meer op. Dat heeft geen zin. Soms gaat het er zelfs heel erg luid aan toe.

“Het moet wel erg stil zijn waar het nooit waait.” Zeggen we dan als we de consternatie voelen van de postbode of,de mannnen van de groendienst die net de bomen snoeien in de buurt. Mijn vrouw is ook hooggevoelig. Zij echter is van het introverte type en we vullen elkaar perfect aan. We zijn het ondertussen gewoon zo met zijn vieren onder één dak.

Gewoontegetrouw luister ik  voort naar het journaal en de ochtendlijke praatjesmakerij. Gelukkig worden die praatjes begeleidt door wat muziek. Het fleurt je dag op! Dat zeggen de meesten toch.

Ik , echter, erger me. De vrolijkheid van de omroepster die de beller,( die eindelijk na veel pogingen zijn plaatje kan aanvragen) subtiel uitdaagt om zichzelf nog belachelijker te maken dan hij zich nu al voordoet maakt me aan het lachen. Zijn pleziertje en zijn slechte muzikale smaak kan mij daarentegen absoluut geen vreugde brengen.

Ik maak me opnieuw wat drukker en scheld de jongeman uit voor iets lelijks. Ik excuseer me voor de ongepastheid van mijn taalgebruik. De woorden komen sneller dan de overpeinzing of ik eigenlijk wel een standpunt heb of, dat mijn taalgebruik al dan niet gepast is voor deze idiote gedachte. Mijn ADHD hersenen doen soms dingen waar ik later van denk ” Was dat nu wel nodig? ” Het gebeurt gewoon. Zo is dat nu eenmaal met ADHD.

Ik leg een favoriete hiphop schijf op. De kritische rhymes van de rapper brengen me tot een zekere rust. Eindelijk een kritische blik op de werkelijkheid van ons saaie bestaan, het onrecht, de onmenselijkheid, de verkeerschaos, niet op de weg maar van ons leven. Hiphop vertaalt wat we allen denken maar niet durven of kunnen zeggen. Ik hou van hiphop.

Ik verlaat de keuken en loop de trappen op.

” Er staat driehondervijfenveertig kilometer file… ” schalt de stem van de nieuwslezer op de wekkerradio. ” Die heb ik vergeten uit te zetten ” Denk ik terwijl ik mij ,voor het ochtendtoilet, naar de badkamer begeef. Het ritueel van elke dag. Niet het ochtendtoilet maar het vergeten.

” Wees es niet zo nonchalant .” Zegt m’n vrouw. Ik duw op de knop en zet het lelijke gedrocht van een wekker op zwijgstand.

“Had jij ook maar zo’n knop.” Zegt m’n lieftallige. Ik reageer er niet meer op.

Uiteindelijk went het. Na een poosje.

De verwijten, de drukte, de chaos en de structuur die een ander me probeert bij te brengen. (Tevergeefs blijven ze dat steeds proberen.)

” Zeg es lieveling, wat heb jij zoal te doen vandaag?” Voegt ze er na haar opmerking aan toe.

” Weet ik veel?… antwoord ik. ” Ik moet m’n agenda raadplegen.”

Mijn agenda is zowat mijn houvast geworden in mijn leven.

Dat zou hij tenminste moeten zijn. Soms vergeet ik gewoon om mijn afspraken te noteren.

” Dat zet ik straks welk in mijn agenda. ” Zeg ik dan. Uiteindelijk doe ik niks. De agenda is soms een onbetrouwbare vriend geworden.

Zo vang ik bijna elke dag aan. Ondanks alle structuur in mijn leven. Ondanks alle pogingen om wat orde te brengen in mijn “wanordelijke orde” (want zo noem ik het.) Ondanks mijn agenda. Elke dag is er wel  iets dat ik vergeten ben.

“Vergeten!”

Het is maar één van de vele facetten in het dagelijkse leven van een ADHD’er. Uiteindelijk wordt ook alle commentaar, elke opmerking en verwijzing ernaar gewoon vergeten.  ‘Gewoon’ zoals in het woord  ‘gewoonte’. Wat eigenlijk refereert naar waar we wonen, waar we thuis komen en tot rust mogen komen. Ons zelf kunnen zijn.

Zo voelt het al lang niet meer aan. Thuiskomen. Gewennen, een aangenaam en rustig gevoel. Wanneer kom ik nog thuis? Wanneer zal er rust over mij komen? Wanneer komt er een einde aan al die drukte in mijn hoofd en de oneindige indrukken die dagelijks bij me binnenkomen? Niemand die er een gevat antwoord op kan geven.

“Aanvaarden.” Dat zeggen ze allemaal opnieuw.

“Het is waar.” Zegt een stemmetje diep in mijn binnenste.

Aanvaarding is een belangrijke alsook een zeer ingrijpende stap om tot ontplooiing te komen.

Na de diagnose ADHD, we zijn ondertussen achtien jaar verder, heb ik mezelf leren kennen.

Aanvaarden kan ik het niet. Ik tracht om mezelf tot ontplooiing te brengen. Ik kom echter niet volledig toe. Wat houdt me tegen? Kwaadheid en rancune?

“Ja daar zit wat in.” Met het ouder worden wordt mijn kwaadheid groter en de rancune tegenover de maatschappij die me steeds heeft geconfronteerd met mijn gebreken is er niet minder op geworden.

Ondertussen is het meer dan een jaar geleden dat ik mijn ontslag kreeg op mijn werk. Het zoveelste verhaal in een leven van “twaalf stielen en dertien ongelukken.” Hoewel de ongelukken waarschijnlijk wel een kwadraat zouden kunnen zijn. Ik tel ze al lang niet meer.

Ook dat geraak je gewoon. Deze keer voelde het echter anders.

Ik ga het leven naar de veertig tegemoet. Het kan toch niet zijn? Dat ik een mooie droom moet opgeven omwille van, een andere manier van denken, van voelen en in het leven staan?

Zoveel talenten die door onbegrip en onwetendheid aan de kant worden gezet. Ik kan het niet aanvaarden. De kwaadheid en rancune slijten wel maar worden telkens weer nieuw leven ingeblazen. Het gevoel om onbegrepen achter te blijven in deze wereld slijt echter nooit.

Mijn werk als psychiatrisch verpleegkunde. Een droom in een luchtkasteel die men de zorgsector noemt. Een fabriek waar verzorgenden en zorgvragers uitgemolken worden. Melkvee van de medische economie.

Zoveel heb ik van mezelf aan anderen gegeven. Zo weinig heb ik ervoor terug gekregen.

Een wereld waar mensen om zorg vragen. Ik heb ze het steeds proberen aan te bieden. Ze waren meestal dankbaar. Dankbaarheid en zorg van mijn collega’s echter heb ik weinig mogen ervaren.

Ze zaten in de luie zetel om de zoveelste koffiepauze van die dag al kletsend en roddelend door te brengen. Ze zaten het avondmaal ( met gesloten deuren ) te  nuttigen? Er was geen overste aanwezig om hen erop te wijzen dat het avondmaal slechts een half uur duren kon en geen drie uur. Dat gesloten deuren niet meer thuishoren in de hedendaagse zorg! Dat er patiënten voor hun gesloten deuren stonden dat zagen ze niet. De deur was echt wel gesloten. Openhartigheid heb ik van hen zelden mogen ervaren.

Ik deed er niet aan mee. “De eeuwige rebelse strijder”. Zo zal het ook zijn. Rebellerend zal ik strijden voor begrip en menselijkheid in de zorgsector. Zonder verder te verwijten, doch kritisch en objectief stel ik de kwaliteit van de zorg in vraag.

De volgende anecdote vertelt veel over de dagelijkse omgang met mensen die anders zijn.

“We vinden hem nooit terug op de dienst.”

Hoorde ik dat goed? Ik bleef even stil in de inkom van de afdeling staan.

” Waar zit hij nu alweer?”

“Ja het is waar, ik heb het ook gemerkt. Je ziet hem nooit tijdens de pauze.”

“Inderdaad.” Zei een ander. ” Hij hoort niet tot onze club.”

Honend gelach kwam uit de koffiekamer.

Ik voelde hun ongenoegen aan. Ik hoorde niet bij hen thuis omdat ik me niet wilde binden aan hen.

Ik zat echter wel bij degenen die me nodig hadden. Bij de patiënten. Op hun kamer. Het zoveelste gesprek voerend , dat net verliep als het vorige. Ik luisterde. Probeerde begripvol te zijn. Hippend en hoppend van kamer naar kamer. Luisteren en rust biedend. Iets waar ik het zelf zo moeilijk mee had.

” Die kerel zit echt nooit stil. ”

“Ja. Dat hebben we ook al gemerkt.”

“Misschien neemt hij wel drugs of zo?”

Ik hoorde het toen ik voorbij de koffiekamer kwam. Zij hoorden of zagen  me niet toen ik hen huilend passeerde. Het zoveelste verdriet. Een zoveelste ontgoocheling. De zoveelste inkerving van mijn getormenteerde hart.

“Hij moet wel gek zijn, hij past hier niet.” De woorden snijden nog steeds als een mes. Zielloos liep ik de trap op om door een patiënt te worden getroost.

Mijn ontslag kwam niet geheel onverwacht. Ze hadden me collectief naar de slachtbank gevoerd. Hun zielen aan Beelzebub verkocht. Ze wisten dat ik geen kant meer op kon. Eindelijk hadden ze me waar ze me hebben wilden.

Ik liet hen doen. Strijden had geen zin meer in een klimaat die niet opentaat voor verandering.

Gelukkig had ik mijn voorzorgen genomen. Een huisdokter, een psychiater, een psycholoog en een hele boel dierbaren omringden me zodat ik deze keer terug recht krabbelen zou. Ik had een sterk netwerk opgebouwd om op terug te vallen.

Dat ik zelf fouten heb gemaakt heb ik steeds toegegeven. Een doktersbriefje niet op tijd indienen, te laat op het werk, futuliteiten maar het was inderdaad niet steeds correct. Daar kan ik niets tegen in brengen.

Nogal sterk vond ik wel dat dergelijke zaken zwaarder opwegen tegen het bewust verzaken aan je taak als verzorgende.

Gelukkig maar dat ik een vangnet had.

Ik luisterde naar hen en ik vocht terug. Uiteindelijk besloot ik om mijn verhaal aan de wereld te vertellen.

Nu zit ik hier. De kinderen zijn naar school. Mijn vrouw is uit werken. Opgeknapt en vers gewassen kruip ik achter mijn beeldscherm. Ik open de app van ‘facebook.’ De app is gelinkt aan mijn blog. Mijn eerste artikel. Een kennismaking waarin ik mezelf blootgeef en over warmte en liefde voor mensen schrijf wordt over het algemeen goed onthaald. De blog staat nog niet op punt. Ik heb momenteel geen opleiding in moderne media gevolgd. Ik besluit net om een vervolg te breien aan een bericht die ik was begonnen schrijven. Er springt een opmerking in het oog. Een pijnlijke scheut schiet recht door mijn hart. Ik leg het naast me neer. Ik raap het terug op.

Volwassen worden met ADHD. Wat voor anderen zo vanzelfsprekend lijkt snappen wij nog steeds niet.

Tot rust komen, iets naast je neer leggen. We rapen het steeds weer op. De molen draait door. Als we opstaan en als we slapen gaan. De malle malende molen blijft maar draaien.

In het begin houden we het voor onszelf.

Dan gaan we rebelleren.

We komen tot inzicht en fulmineren onze woede. Het fulmineren helpt. De gedachten, de indrukken, de prikkels die langs alle kanten opgenomen worden moeten eruit. We voelen ons goed.

Door het spuien van nutteloze, nuttige, humoristische, ironische of andere gedachten wordt ons denken verlost van de druk die het constante interpreteren van ongefilterde en aan ontremming onderhevige gedachten ons geeft. De manier waarop we dat doen verstoort de rust van anderen. We dragen door het uiten van onze gedachten prikkels over die de anderen kunnen filteren en aanzien als overbodig of, onbelangrijk.

We dragen stress over naar anderen door onze impulsieve reacties, het constante gekwebbel door het openstellen van onze geest, we stellen ons kwetsbaar op door ons authentieke denken te openbaren.

Ik kan me voorstellen dat ons druk zijn moeilijk is om te dragen voor de mensen rondom ons. De reacties die ADHD’ers krijgen. Je bent te druk, impulsief, lastig, je dramt door, je bent niet objectief, en nog vele andere indrukken die we bij anderen nalaten, worden met de tijd steeds moeilijker om te dragen. Medicatie biedt steun. Concentratie, structuur volgen. Het helpt. Tijdelijk. We houden ons vast aan het idee dat we evenwicht kunnen vinden. We blijven echter dezelfde indrukken krijgen. Zonder enige filter dwalen ze nog steeds rond. We bundelen ze en stoppen ze in een kast ergens diep in ons binnenste. De medicatie helpt. denken de anderen. Ondertussen raakt ons kastje vol.

Deze morgen stond de kast op barsten. Een ongepaste reactie van iemand die diep in mijn hart zat had diep in m’n ziel gesneden. Ongepast, op een verkeerd moment, onterecht ook was de reactie die me ( al dan niet , met- of, zonder- humor ) was gegeven, maakte me in alle staten.

Als jonge man ging ik de ander te lijf.

In m’n puberteit probeerde ik te praten.

Als twintiger reageerde ik m’n woede af op de muur, op een boom, een deur. Benen en handen werden gebroken.

Als dertiger reageerde ik door mezelf te leren kennen.

Ik werd woedend toen ik mezelf beter kende dan een ander. Ik kende de ander nog beter dan mezelf.

Ik brak nog meer benen, handen, tenen, vingers. Harten ook.

Ik liet het los en belandde in een diepe depressie. Ik kon het leven niet meer aan. Mijn inspanningen hadden zelden iets opgebracht was mijn overtuiging.

Ik nam de hand aan die me werd aangeboden.

Ging terug sporten, leven, treuren, vieren.

Ik kwam erbovenop. Langzaam maar zeker

Verandering.

Ontplooiing.

Aanvaarding.

What’s in a name?

Ouder worden met ADHD. Het is een onbekend iets. Schaamte, onbegrip, onwetendheid, hypocrisie, beeldvorming. Vele oorzaken zorgen ervoor dat wij met onze zorgen, onze ongemakken, ons verdriet blijven zitten. De angst en het gebrek aan zelfvertrouwen. Elke ADHD’er wordt hiermee geconfronteerd. Het zou niet mogen zijn. Het is echter de realiteit waar we aan onderhevig zijn.

Deze morgen was een maandagochtend zoals alle andere.

Deze keer heb ik toch besloten om geen bloed meer te vergieten, geen schaamte meer te hebben. Zweet en tranen dat kan ik nog geven.

“Deze keer zal ik me door niemand laten kleineren. ” Dacht ik.

Ik begon er tenslotte over te schrijven.

Ook ik heb de val van de Berlijnse muur meegemaakt, de eerste roze mars, witte marsen en ga zo maar door.

De toespraak in het jaar 1963 van een dominee tijdens de mars op Washington is me altijd bijgebleven.

De gedachte van Martin Luther King dat wij allen aan de tafel van de broederlijke liefde zullen zitten is geen utopische gedachte.

Dromen zijn niet altijd bedrog. Recht staan en opkomen voor onszelf. Opkomen voor onze waarden en normen van gelijkheid, voor onze rechten. Onze plichten ook.

Het is de basis om verder te bouwen voor een leefbare en zorgzame maatschappij waar mensen gewaardeerd worden en niet veroordeeld worden omdat ze zijn wie ze willen zijn.

Deze morgen was mijn kwaadheid groot.

Nu de avond is gevallen blijft er  enkel een positieve gedachte over dat het schrijven van mijn bedenkingen authentiek en rechtvaardig is.

Noem het een rechtstaan, een opkomen voor het feit dat anders zijn eigenlijk zo gek niet is.

Gesterkt door de mensen die mij waarderen en die mij liefhebben om wie ik ben blijf ik streven, blijf ik schrijven voor verandering en voor een zorgzame omgang met elkaar. Hoe anders of gelijk we ook zouden willen zijn.

I still have a dream.

Thomas Haghenbeek

 

 

 

 

Advertenties
Categorieën: ADHD bij volwassenen, Psychische kwetsbaarheid algemeen
%d bloggers liken dit: