Toen ik deze morgen zingend wakker werd.

Het was vandaag een dag zoals alle andere. Eén van twaalf in een dozijn.
Ik stond te vroeg op want ik kon de slaap niet meer vatten. Dat gebeurt wel vaker in die dagen waarvan er twaalf in één dozijn zitten.

Eigenlijk is opstaan helemaal niet zo abnormaal. Mensen die besluiten om niet meet op te staan daar valt gewoon niet mee te praten vind ik.
Daarom stond ik deze dag gewoon op. Net zoals ik op alle andere dagen doe.

Opstaan is een gewoonte geworden, net zoals dat bij de meeste mensen het geval is.
Eigenlijk ben ik niet zo’n gewoontedier. Mijn leven is impulsief en onvoorspelbaar. Hoewel men mij al jaren probeert structuur aan te brengen in mijn chaotische dagelijkse leven . Hun pogingen blijven tevergeefs.

Zo gebeurde het dus ook dat ik deze morgen uit mijn bed kwam gestapt. Of het nu met of zonder een goed of, verkeerd, been was? Dat kan ik me niet meer herinneren. Ik herinner me weinig van onbenulligheden. Opstaan bijvoorbeeld. Hoe onbenullig kan het zijn of je nu met je goede of, je verkeerde, been je bed uitstapt?
Mensen met een geamputeerd been maken er doorgaans geen problemen over. Die stappen gewoon uit hun bed en janken niet meer over het leed die het leven met zich heeft meegebracht.
Of ze nu op één been lopen of twee? Wat doet het er toe? Het feit dat we ‘s morgens nog willen opstaan is op zich al een groot geluk.

Zo vergaat het mij elke ochtend. Meestal stap ik overigens met het verkeerde been uit bed. Welk been dat dan ook moge zijn. Mijn vrouw doet er nogal lullig over en ik zeg haar dan dat ze waarschijnlijk weer met het verkeerde been uit bed is gestapt.
Ze ziet er de humor niet van in.
Ik laat het meestal zo en mijn humeur laat ik niet door mijn vrouw, noch door mijn benen vergallen.

Ik heb trouwens eens besloten om elke dag uit mijn bed te vallen. Dat bleek geen goed idee te zijn. Ik kreeg er namelijk barstende koppijn van. De apothekerskosten gingen in die periode fel de hoogte in. Paracetamol was, toen in die dagen, enkel op doktersvoorschrift te verkrijgen. Ik besloot om vanaf toen al zingend op te staan.
Ik vond dat best een goede gedachte en later bleek dat ook zo te zijn. Bij zingend opstaan komt geen enkel been te pas. Ook mijn hoofd bleek er wel bij te varen. Het hoofd van mijn vrouw en kinderen daarentegen dat is dan weer een ander verhaal.

Maar ach wat? Ik was er best wel mee geholpen.

Dus deze morgen stond ik al zingend op en liep de trappen af naar de woonkamer. Om de trappen af te lopen heb ik besloten om wel nog mijn benen te gebruiken. Ten eerste omdat het maar een raar zicht is om te lopen zonder benen. Tenzij je het op je handen kan. Maar vooral omwille van het feit dat het zowat het enige voorspelbare feit is die ik kan indenken buiten het feit dat ik elke dag besluit om op te staan. ( hoewel ik zeker ben dat ik op een dag zal beslissen dat niet meer te doen. )

Al doende kwam ik deze morgen al zingend de trap afgewandeld.
De kinderen sliepen nog. Dat was alvast een paar pijnstillers uitgespaard. Mijn vrouw daarentegen zuchtte zich te pletter.
Het grote geweld kwam naar beneden en verstoorde de ochtendlijke rust die ze zo nodig had.

Ongetwijfeld dachten de buren hetzelfde toen ik de tuindeur open maakte voor mijn eerste sigaret. Ik zong luidkeels ‘ De Heer is waarlijk opgestaan… Halleeeeluuuiiiiaaa. ‘ Ondertussen lurkte ik aan mijn peuk alsof het een schoorsteen was.
Roken is het eerste dat ik op een ochtend als twaalf in een dozijn doe. Naast opstaan, zingen en gaan zeiken.

Zeiken is iets dat ik doorgaans de hele dag door doe. Op zowat alles en nog wat. Het is geen hobby van mij of zo, maar ik ben nogal kritisch en kan het niet laten om op alles en nog wat te zeiken.

Het brengt animo in het leven. Het leven dat over het algemeen bekeken maar een saaie boel is. Daarom vind ik het goed om een kritische ingesteldheid te hebben. Zeiken en kritiek horen samen als? Ja als wat eigenlijk? Het hoort gewoon samen. Basta!.

Zodoende rookte ik als een smorende haard mijn eerste sigaret van de dag.
Eigenlijk is dat een leugen aangezien ik meestal slechts rond een uur of drie vier in de nacht mijn bed opzoek om de slaap te vinden.
Meestal vind ik die niet meteen.
Het zandmannetje is mij levenslang de bedstee gepasseerd. Ik lieg niet als ik beweer dat de stelling, dat ik ‘s morgens mijn eerste sigaret rook een grove leugen is. Men zou wel kunnen betwisten of, althans in vraag stellen of, het roken van sigaretten om een uur of twaalf reeds de eerste sigaret zou zijn of, misschien niet. Dat ik op een dag mijn laatste sigaret zal roken dat staat alvast als een paal boven water.

Of palen boven water staan, daar heb ik nog niet zozeer over nagedacht vandaag.

Ik stel echter wel vast dat, indien dat het geval zou zijn, het onderste der paal niet boven water zou kunnen staan.

Eigenlijk doet het er niet erg toe of kruiken barsten als ze te water gaan of eerder als je ze gewoon stuk slaat tegen de voorgevel van een buurman, een toevallige passant, of misschien op de kat die aan de vuilnisbak zat te graaien.

Eigenlijk doet er mij nog weinig dezer dagen. Dacht ik daarnet nog toen ik mijn kruik tegen de voorgevel van een passerende rosse kater stuksloeg.
Behalve het feit dat mijn pakje sigaretten leeg is als ik mijn eerste sigaret wil roken of, misschien, als ik op een dag zou besluiten de laatste pijp aan Maarten te geven of, mijn sigaar uit te blazen.

Ik heb er nog maar weinig tijd aan besteed omdat het zinloos zou zijn om je over dergelijke stupiditeiten zorgen te maken.

Zinloosheid, viel me tijdens het roken van mijn eerste sigaret en het zingen van een psalm, waarvan ik de naam ben vergeten, is tegenwoordig de zin van het leven geworden.
Dat vind ik.
Ik sta achter alles wat ik vind.
Wat ik vind is trouwens zeer onderhevig aan verandering.

Ik ben een zeer objectief ingestelde persoon. Ik kan echter zeer subtiel objectieve zaken doen lijken alsof ze zeer subjectief zijn.
Het is een echte kunst, een gave waarover slechts weinig medemensen beschikken.

Het omgekeerde is echter ook een gave van me. Ik laat zeer subtiel de meest subjectieve zaken erg objectief lijken. Het is een even grote kunst. Helaas is het aan bijna elke medemensen meegegeven.
Ik geloof aldus slechts weinig van wat een ander mij te vertellen heeft.

Daarom praat ik veel.
Ik praat vaak in mezelf. Luidop.
Ik vind het prettig om tegen iemand te praten die dezelfde mening als mij is voorgedaan. Heel erg handig dus om tegen jezelf te gaan praten.

Deze morgen nog praatte ik tegen mezelf zoals ik elke morgen doe. Ik doe het ook ‘s middags en ‘s avonds. Mijn echtgenote klaagt zelfs dat ik het ook in mijn slaap doe. Zeer verwonderlijk is dat. Dacht ik deze morgen. Aangezien ik meestal weinig slaap en als ik dan al slaap dan weet ik niet of ik nu wel of niet aan het praten ben.

Deze morgen dacht ik nog, luidop, in mezelf of ik deze nacht wel had geslapen. De buren zeiden van niet maar hoe konden die dat nu weten. Ik was immers mijn eerste sigaret aan het roken wat impliceerde dat ik was opgestaan, gezongen had en mijn dierbare echtgenotes rust had weten te verstoren in de ochtendstond. De buren zwegen. Ik had geen oog dicht gedaan deze nacht. Daar was ik zeker van.

Heel erg verwarrend en chaotisch allemaal.

Hoe zou de dag verder verlopen?

Zou ik veel praten vandaag?

Ik hoop op zijn minst om morgen op te willen staan en ik hoop dat mijn pakje sigaretten niet op raakt als ik ‘s morgens mijn eerste wil opsteken.

Zo vergaat het mij elke ochtend.

Ik ben nu welgeteld vijftien minuten wakker en dit is ongeveer wat er zoal door mijn hoofd is geschoten.

Hoe verloopt jou ochtend?
Zou je dit vervelend vinden? Of net leuk?
Ik ben het gewoon. Anderen vinden mij druk.
Ik ben gewoon mezelf.
Ik neem me zoals ik ben.
Graag neem ik ook de anderen zoals ze zijn.
Ik stel me in hun plaats.

Lees dit verhaal en deel het om mensen zoals ik niet in een hoekje te willen drummen. Neem ons zoals we zijn.
Stel je in onze plaats.

Wij vechten elke dag. Het wordt tijd dat ook anderen voor ons gaan vechten.

Teveel mensen met ADHD hebben mijn leven al verlaten omdat ze het gevecht hebben gestaakt.
Ik weiger te staken.

Nu ga ik een sigaretje roken. De zoveelste van de dag, of was het nu de tweede?
Wie zal het zeggen?

Veel liefs,

Thomas.

Advertenties
Categorieën: VolwassenwordenmetADHD
%d bloggers liken dit: