Blaffende honden

Zo gebeurde het deze avond dat ik , zoals ik wel vaker doe op avonden, de hond uitlaat. Meestal doe ik dat nadat ik door hem wordt lastiggevallen terwijl ik een gedicht lees in ‘ De biografie van iemand anders.’
‘De biografie van iemand anders), is een boek van de onbekende schrijver Brusselmans.

Brusselmans schreef zo’n drieënzeventig boeken in zijn carrière en is een voortreffelijk doch weinig bekende poëet.
Zijn gedicht in het desbetreffende boek echter grijpt mij naar het hart en de keel en ik lees het voor de eerste keer opnieuw.
Gedichten Van Herman zijn echt legendarisch in zijn boeken. Ja die kerel is een echte poëet.
Hij schrijft echter zelden poëzie.

Mij kan het niet schelen want net dat maakt van hem een krak in het dichterlijke genre.

Ik schreef ooit ook een gedicht. ‘ Preut’ was de titel en het ging over, ( alsof gedichten enige betekenis bevatten? ) een meisje die een ijsje had gekocht van een onbekend merk. Het ijsje had de naam ‘preut’ gekregen. In het gedicht vroeg ik of ik eens aan haar ‘preut’ mocht likken.
De uitgeverij die het manuscript van mijn slechts één gedicht tellende poëziebundel had ontvangen weigerde het te publiceren. De imbicielen.

Ik heb eindeloos respect voor schrijvers die gedichten kunnen laten publiceren die meteen raak zijn en waardig worden gevonden om te worden gepubliceerd.

De bewondering voor Herman is echt wel groter geworden na het lezen van zijn werk over een kotsende dame.
In dat boek durft hij het zelf aan om een toneelstuk naar voor te brengen.

Toneel is een passie van me. Ik speel graag toneel. Vooral als ik zo zat als een loeder thuiskom uit één of andere obscure kroeg en mijn vrouw, met de deegrol in de aanslag , mij staat op te wachten in de woonkamer.

Mijn vrouw zegt dat ik een waardeloze acteur ben. Ik ben het daar niet mee eens.

Dus ik werd gestoord in het lezen van mijn favoriete gedicht en was aldus genoodzaakt de hond zijn zin te geven en een ommetje met hem te maken zodat hij zijn blaffende kwebbel zou houden en ik vervolgens kon verder lezen zodat een literair orgasme mij zou bevredigen terwijl ik naast mijn houtkacheltje in de tuin de rust opzocht.

Hermans boeken floppen trouwens stuk voor stuk.
Omwille van deze vaststelling verzamel ik zijn oeuvre. Schrijvers die zich blijven inzetten om hun ongenuanceerde meningen te blijven spuien om zich te bewijzen in deze harde maatschappij verdienen het om hun boeken aan onbenullige idioten te verkopen.

Ik koop zijn boeken voor een euro per stuk over van zo’n idioot die ze koopt op boekenbeurzen en er een opdracht laat in schrijven en signeren. Meestal zijn de opdrachten zeer persoonlijk en toepasselijk. In het boek die ik nu lees stond iets in de trant van. Voor Bram, hopelijk loop je snel neuken met het lelijke kutwijf die naar je dikke reet zit te geilen. Ja dat kalverachtig schepsel met haar harige platvloerse druipkut die 2 plaatsen achter je met haar vette lelijke homoseksuele broer staat aan te schuiven. Ik schrijf haar een toepasselijke opdracht in het boek van Felice Damiano die ze bij zich draagt. Misschien wordt het nog een triootje, als haar broer mijn persoonlijke boodschap in zijn nieuwe Tiny boek zal begrepen. Getekend met de afsluitende woorden ‘Liefs, Tom Lanoye.’

Ikzelf waag me ook wel eens aan het schrijven van teksten.
Dan beeld ik me in dat het verdomd lastig moet zijn om een dergelijk aantal ,boeken , te moeten schrijven en nog steeds als schrijver een onbemind leven te moeten leiden.

Herman verdient het niet dat men zijn dichtbundels niet te hand neemt om ze te lezen.
Ik voel met hem mee en probeer literair werk van hoogstaand niveau te brengen en er beter van af te komen dan de man in kwestie.

Een dergelijk aantal boeken moeten schrijven om totaal onbegrepen achter te blijven op deze aardkloot is echt geen eerbiedwaardigheid voor een auteur met dergelijk gevoel voor poëzie.

Ik hoop met 2 boeken bekendheid te kunnen werven in de literaire wereld.

Ik las dus een stuk uit het boek met de merkwaardige titel ‘Autobiografie van een ander’, waarin dus een fantastisch gedicht door Herman stond neergeschreven.

De hond weerhield me om het gedicht uit te lezen.

Dus ik besloot om hem dan maar uit te laten ter zijner vertier.

Mijn hond is een canis vulgarisch.
Een bastaardhond, in het Nederlands.

Hij is klein en mooi en ik hou van hem als geen ander. Enkel als hij mij stoort bij het lezen van poëzie dan haat ik hem verschrikkelijk.

Deze week nog schold een spoorwegmedewerker mijn hond uit die , terecht, naar hem stond te keffen.
De woorden die de man mijn hond toeriep waren echt kwetsend. Boris , zo noemt mijn hond, was diep gekwetst door het onrecht die hem werd toegedaan.

Ik kwam vanuit mijn garage tevoorschijn omdat ik de hele conversatie tussen Boris en de medewerker van de spoorwegen had kunnen volgen en nodigde de man uit om een robbertje te knokken als hij zich zo groot voelde en sterk als hij dacht. De toon waarop ik hem dit vertelde was zeer vriendelijk en uitnodigend.

‘ Vuile klootzak kom hier als je durft dan ram ik je kop in mijn bescheten toiletpot kapot, ik was grotere varkentjes dan jou, kom hier jij bescheten rotzak met een kop om mest op te scheppen’ vind ik best wel vriendelijk voor iemand die het aandurft om weerloze straathondjes uit te schelden.

Ik gebruik in alle andere gevallen trouwens dezelfde woorden. Althans iets in die trant. Meestal komt het nooit tot een handgemeen. Ik neem mijn pistool en schiet hen vanop afstand neer de lafaards die mijn geliefden bekritiseren.

Ditmaal liet ik de man gewoon gaan. Vergeving is een zeer groot gebaar die vaak leidt tot een grote macht bij de andere idioten die dergelijke nietsnutten adoreren.

Dus liep ik met mijn hondenpoepzakjes een ommetje met mijn hond.

We waren net het hoekje om toen we werden aangevallen door een grote Deense dog en een herdershond.

Ze liepen los op de speelweide en we hadden hen niet opgemerkt.

Ik beschermde mijn hond door hem met zijn leiband boven mijn hoofd te trekken en haalde het andere koppel vechtersbazen uit elkaar.

Woorden schoten me te kort om de hond en de eigenaar te verwensen. We liepen huiswaarts en likten onze wonden.

Deze nacht doe ik geen oog meer dicht.
Gelukkig had ik de Deense een kniestoot gegeven.
Ik herinner het niet maar, de pijn en de grote blauwe vlek, bewijzen dat ik hem goed moet hebben geraakt.

We hebben beiden ons lesje geleerd.

Bevend begin ik te schrijven. Van lezen komt niets meer in huis vannacht.

Slapen zit er waarschijnlijk ook niet meer in.

Ik hou zo van mijn hond en het gedicht die ik nog steeds niet heb uitgelezen.

Advertenties
Categorieën: VolwassenwordenmetADHD
%d bloggers liken dit: