Zanger in spé.

Dat mijn nieuw Vlaams levenslied, ‘Hey slet’ , niet meteen een hit zou worden, ( Alsof de goden het hadden voorspeld. ), had ik eigenlijk al meteen door.

De mensen zijn niet meer erg aan het betere levenslied vandaag de dag.

Nochtans was het een zeer vindingrijke en inspirerende tekst, met een refrein die erg deed neigen tot meebrullen of desgewenst zelfs meehuilen.
Meestal zijn de klanken die uit mijn grote gaffel tevoorschijn komen om bij te huilen. Eerder dan om mee te lachen.
Ik laat me echter niets op de mouw spelden. Behalve dan een badge die me toegang verleent tot de backstage van een goed festival alwaar, muziek, comedy of andere kunstvormen ten berde worden gebracht, ter vermaking van de medemens ,die bereid is om een ticket te betalen voor dergelijke dramatische samenkomsten.

Ik betaal tegenwoordig nog weinig.
Zeker geen ticket voor één of ander muzikaal of theatraal evenement.

Evenementen genoeg om te betalen.
Mijn gasrekening deze maand bijvoorbeeld.
De tirade die die ik toen uit mijn bakkes wist te produceren was op zijn minst waardig om op het betere podium tot bij de medemens te brengen.

Mijn zangtalent is trouwens bijna onbestaand en eigenlijk houd niet zo van Vlaamse levensliederen.
Ze gaan zelden over het echte leven.

Leven is geen romantiek.
Zelden kreeg ik zeven anjers. Ook rozen heb ik nooit gekregen. Tenzij de rozenblaadjes die ik op de kist van mijn overleden broeders heb moeten achterlaten.
Als een leeuw in een kooi loop ik verder door het leven.

Als ik de pijp aan Maarten zal hebben doorgegeven mogen ze voor mij gerust zand over mijn kist strooien.
Zand vind ik romantischer dan rozenblaadjes want ik hou van de zee en het zand tussen mijn tenen.

Ook op mijn lul, als ik in de duinen mijn echtgenote een kortstondige wip cadeau doe.

Eigenlijk doet het niet eens ter zake, maar, ‘buffelen’ in de duinen is echt een fantastische onderneming.
Probeer wel , als je aan duinbuffelen doet, steeds een zakdoekje of zo bij je te hebben want met je kont bloot kan je al snel een snotneus oplopen.

‘Neem het gewoon van me aan. In de duinen wordt je maar weinig geapprecieerd zonder een broekje aan.’

Ooit zong ik ,als beginnend zanger, een lied over dit thema. De ‘gas boete’ deed me beseffen dat ik voor een carrière als zanger niet was in de wieg gelegd.

Doch vind ik het mijn plicht om als ,mens (en als Vlaming) mijn ongebreidelde pogingen verder te zetten en op een goede dag te schitteren ,als een ster, aan het firmament van de Vlaamse muziekhemel.

Mijn pogingen zijn tevergeefs.

Het nummer , (ik ‘sprong uit een helikopter en bleef steken in een wiek’ ) kon op weinig bijval rekenen en werd, nadat het zijn intrede had gemaakt op radio Zwankendamme, meteen verguist door het luisterpubliek.

Radio Zwankendamme is nu niet meteen een referentie. ( Zwankendamme kent welgeteld 5 inwoners die allen bij een plaatselijke radiozender werken.)

Het hield me niet tegen om een nieuw lied uit te brengen ‘Hey slet. Ik werd stinkend wakker naast je dikke lijf in je wankelende ikea bed’ Luidde het refrein van dat lied die ik op een ochtend ergens in een onbekende kamer in een onbekende stad had verzonnen.
Op de vloer lagen de resten van kledingstukken en flessen wijn.

De presentator verknalde meteen al de veelbelovende toekomst van mijn (hernieuwde) poging tot succes.

Zijn lamlendige aankondiging met zo’n stemmetje van ,ik kom net uit mijn bed en ben het beu om voor omroep Zwankendamme te werken.

Je kent dat soort stemmetje wel.
Van radio klara en zo… of de betere slagerij of warenhuis zender.

Die omroepers op regionale radiozenders bakken er tegenwoordig maar weinig van.
Ze hebben trouwens zelden een opleiding gevolgd om te bakken.
Brood, patisserie en dergelijke meer zijn hen meestal vreemd. Hoe kan je in dergelijke omstandigheden ook iets bakken?
Ook al zijn de meeste omroepsters ouwe taarten.

Hoe dan ook werd mijn poging door deze ,aan debiliteit grenzende , presentator volledig de mist in gejaagd.

‘Wat jammer’ want er zat echt wel potentie in het nummer.

In gedachten zag ik me al op het podium staan van het slager festival terwijl we allen de polonaise mee dansen.

De polonaise is een zeer toegankelijke dans voor idioten, debielen, mongoloïde geïnspireerde mensen.
( Mongolen, waar ik een diep respect voor heb, houden immers niet van de polonaise. ) Had de uitvinder een patent genomen dan was hij er rijk van geworden. Idioten en aan debiliteit grenzende mensen kun je zowat overal vinden op de aardkloot.
Het is echt een gat in de markt.

En in onze samenleving.

Als eerste in de sliert stond niemand minder dan ‘slager Mark’ van de slagerij ‘ Het uitgebeende lijk’.
Dat is de slagerij hier even om de hoek.

Hij is van Siciliaanse afkomst (of zo) Een keurslager met een heus diploma en zeer goede referenties in Palermo dat heb ik me toch laten vertellen toen ik op reis was in een stadje dat Corleone of zo heette.
‘Ach’ dat is al een hele tijd geleden

Ik was daar toen in hechtenis genomen voor ongewenste vogelpraktijken.

Ik zat toen in de cel met een nitwit die zich Toto Riina noemde. Echt een toffe knul die gast.
Hij kon alles verkrijgen daar in die bajes.

Hij raadde me aan om Mark te begeleiden na zijn vrijlating en hem een slagerij te laten openen in ons Belgenland.
De vrienden van Toto vonden het zeer fijn alhier en ik bevestigde dat je hier inderdaad fijne dingen kon beleven zoals duinvogelen en zo.
Wat eveneens buiten de kwestie is in dit verhaal.

Slager Mark is echt een sfeerbeest en heeft een aangenaam gevoel voor humor.
Hij is een meesterlijke gangmaker betreffende het polonaise dansen.
Echt een danser die het zou kunnen maken in programma’s zoals daar zijn ‘slagers op de dansvloer’, ‘slagers op glad ijs’ en dergelijke ,veelbekeken, tv-shows waarvoor de mensen hemel en aarde bewegen om op tijd op hun (luie krent) in de zetel te kunnen zitten op een zomerse dag of, gelijk welke andere kutdag die tv kijken zou kunnen rechtvaardigen.

Ik ben eerder een liefhebber van de radio. Zelfs in je auto of op de fiets kun je tegenwoordig radio beluisteren.
Enkel voordelen heeft dit medium.
In de eerste plaats hoef je maar weinig hemel en aarde bewegen om je luie zetel te halen met ,je aan vetheid onderhevige, krent.

Krenten en slagers hebben overigens niets met elkaar te maken.

Dat mijn nieuwe nummer geen hit zou worden vond ik maar kut.

Nummertjes en kutten daarentegen gaan dan wel weer perfect samen maar hebben geen meerwaarde in dit verhaal of zelfs niet in een, met polonaise dansende, feestzaal.

Daarom heb ik me tegenwoordig toegelegd op het schrijven van nummers voor andere artiesten. Echt waar. De zanger songschrijvers zitten te wachten op teksten met meerwaarde.

Zanger Rinus bijvoorbeeld is één van mijn vaste afnemers. Ook Frank Gallan neemt geregeld wat teksten van me over.
Groot gelijk vind ik dat zangers die hun songs zelf schrijven klanten zijn van de betere tekstenschrijvers.

Zo zit het nou éénmaal in elkaar.

Ikzelf zal nooit een zanger worden.

Ik scoor geen hits.

Behalve dan het nummer. ‘Ik ruik graag je pruim’. Ik zing vaak in de betere parenclub.
Mijn vrouw vindt het oké want,ik betaal geen entree.

Ik denk dat ik toch maar beter geen liedjes meer zing.

Advertenties
Categorieën: column
%d bloggers liken dit: