Uitstelgedrag

Uitstelgedrag.

Gisteren in de loop van de ochtend kreeg ik het bericht dat een jonge zestiger het leven had gelaten bij een complicatie van zijn hart.
Jonge mensen die sterven, tegenwoordig is het een hard topic in de media.

Het is niet rechtvaardig en, hoezeer ook de dood onlosmakelijk met het leven is verbonden, sterven is verlaten, pijn, verdriet, lijden voor zij die achterblijven.

Toch schrijdt ons leven voort met rasse schreden.

Van tijd tot tijd sta ik stil.

Ik sta stil bij mijn leven.

Ik overschouw het en denk er bij na.

Morgen kan het ons te beurt vallen.

Schrik om te sterven heb ik niet.

Schrik dat ik te weinig om anderen heb gegeven.

‘Ja’ Dat heb ik wel. Ben ik egoïstisch. Egocentrisch ben ik wel. Gelukkig maar.

Egocentrisme doet ons tot ontwikkeling komen. Ik ontwikkel graag.

Tot zelfontplooiing ben ik nog niet gekomen.

Ben ik dan te weinig egocentrisch ingesteld misschien?

Mijn hoofd stopt niet met malen. Het gaat door. Teveel mensen gaan er heen. Misschien kon ik er wat meer zijn geweest voor hen?

Ik had de man ooit kwaad gemaakt. Ik durfde hem de geleende boormachine niet teruggeven.
Hij boorde niet meer.
Het snoer was door de eigenaar, de overleden man, reeds hersteld geweest. Hij was losgekomen en ik was bang voor de verwijten die hij me zou kunnen geven.

Het toestel was uiteindelijk, letterlijk, in mijn chaos vergeten geraakt alsook in de chaos van mijn tuinhuis.

Ik stelde uit om te vertellen dat ik hem niet durfde terug te brengen en wilde het snoer vermaken. Het lukte niet en hij verdween nog dieper in de jungle van mijn tuinhuisje.

De man maakte zich kwaad en ik vermeed hem.

Ik worstelde met mezelf.

Hoe zou ik reageren? Waarschijnlijk zou ik me ook kwaad hebben gemaakt. Heel waarschijnlijk. Nee vast wel.

Heel zeker.

Ik raapte al mijn moed samen en zocht mijn tuinhuis af. Ik vond wat ik zocht en bracht het toestel terug.
De man was niet kwaad. Ik vertelde hem hoe het zat en excuseerde me voor het feit dat ik niet had gedurfd om hem de waarheid meteen te vertellen.

Hij maakte er niet van en we hebben nooit meer woorden gehad.

Vrienden zijn we nooit geweest en ook niet geworden. We waren mensen die samen leven, niet dichtbij maar ook niet zo heel ver.

Toch doet het overlijden van de man pijn.

De gedachte dat ik hem kwaad heb gemaakt zindert na in mijn broze ziel.

Zielig?

Ik zou kunnen beslissen om nooit meer iets te lenen. Ik doe dat liever niet. We zijn allen mensen.

In het leven en de dood zijn we met elkaar verbonden.

Na de dood komt alle hulp te laat.

Spijt hoeven we niet te hebben. We hebben het uitgepraat.

Je zag het leven zitten toen ik je vorige week nog tegenkwam. Je moest opnieuw beginnen.

Zo gaat dat in het leven. Ik ken er alles van.

Toch blijf je in mijn gedachten als een aimabele man. Je heengaan komt als een donderslag bij heldere hemel.

Ik hoop echt dat je boormachine nog kan boren. Maar vooral dat je mij vergeven hebt.

Het ga je goed Guido.

Ik hoop dat ik even barmhartig ben als jij voor mij bent geweest.

Ik overschouw mijn leven weldra opnieuw.

Zo gaat het nou met het leven.

We schrijden samen langzaam voort. Ik en mijn leven.

Advertenties
Categorieën: columnTags:
%d bloggers liken dit: