Blauw blauw

Eindelijk dringt het tot haar door dat ik erop gesteld ben dat mijn dierbaren mijn teksten lezen.
Ik apprecieer het ten zeerste als de teksten die ik heb geschreven ook worden gelezen.
Zeker door mijn echtgenote.

Schrijven is leuk, en ik ben er graag mee bezig.
Het is begonnen als een hobby. Tegenwoordig dienen mijn schrijfsels ook een inkomen binnen te brengen.
Het schrijven is een erg harde bezigheid geworden. Tijdrovend en het vraagt erg veel energie van me.
Wie dacht dat het leven als schrijver een makkie is die heeft verkeerd gedacht, denk ik dan.
Gedachten heb ik genoeg.
Ze structureel in teksten omtoveren is echter niet van de poes.

Ik vind poezen mooi. Poezen brengen tegenwoordig maar weinig geld meer op. Dus besloot ik om toch maar voort te schrijven.

Schrijven brengt evengoed weinig op tegenwoordig.

Brood op de plank, kaas op het bord en wat salami voor de hond.

Mijn hond is verzot op salami.

En op droge worst.

Vandaag had ik trouwens droge worst in mijn winkelkarretje liggen.
De verkoopster vroeg me of ik deze avond droge worst zou eten.
‘Neen ‘ Zei ik.
‘Mijn vrouw is verzot op worst. Ik ben eerder aan pruimen en ander fruit.’
De kassierster kijkt me lachend aan. Er staat verbazing in haar blik maar ze probeert het te verdoezelen.

‘Poezen vind ik lieve dieren.’ Zei ik dan maar om het gesprek geanimeerd te houden.
‘Die kun je niet opeten ook al smaken ze naar konijn heb ik me laten wijsmaken. Met pruimen is konijn heel erg smakelijk.’

Ze moest lachen omwille van mijn opmerking die ( nochtans zonder enige bijbedoeling ) uit mijn grote mond kwam.

Zomaar uit het niets.

Zo gaat dat er nu eenmaal aan toe bij mensen met ADHD.

Wij horen wel wat we zeggen maar slaan meestal het deel met betrekking op het nadenken over.

Niet omdat we niet kunnen nadenken. Dat doen we juist heel erg veel. Gewoon omdat onze hersenen anders reageren op prikkels.
We reageren nogal snel op de impulsen die bij ons binnenkomen. Men noemt het ook gewoon impulsiviteit.

‘ Vers fruit.’ Voeg ik er smalend aan toe.
‘ Droge pruimen hoef ik niet.’ Vervolg ik mijn redevoering.

Ze schiet in een bulderlach.
‘ Ik eet liever worst.’ Zegt ze.

Ik repliceer.

‘Waarschijnlijk hou je meer van zo’n dikke natte witte pens?’

Ze plast bijna haar broek vol van plezier.

‘Mag ik je handtekening?’ Vraagt ze.

Ik had wat contanten bij de rekening gevraagd die ik met mijn bankkaart had betaald.
Tegenwoordig vraagt iedereen een handtekening als ik geld vraag.
Ik vraag weinig geld tegenwoordig want mijn hond eet me arm aan droge worst.
Mijn vrouw trouwens ook.

‘Geen probleem’ zei ik.
‘Moet er ook een persoonlijke boodschap bij?’
Ik begin reeds sterallures te vertonen per moment.

Ze grinnikt en knikt bevestigend. Ze zegt dat ze hem boven haar bed zal hangen. Mijn handtekening.

Ik vind het niet zo erg als mooie vrouwen mijn getekende boodschappen boven hun bed ophangen.
Ze moeten ze wel in een kader achter glas laten steken.

Met mijn geschriften wordt niet onbezonnen omgegaan.
Mijn handtekening is een dierbaar iets.
Enig respect is zeker op zijn plaats als vrouwen het boven hun bed willen gangen.

We namen afscheid en vroegen of we elkander morgen zouden zien.

‘Ja mijn vrouw moet morgen werken dus ik zal de boodschappen doen’ Zei ik.

Mijn vrouw werkt in dezelfde winkel moet je namelijk weten. Ik kom er al doende vaak over de vloer en ze kennen me daar ondertussen zo’n beetje.

Mijn vrouw heeft een hele hoop ingekaderde handtekeningen van mij boven haar bed hangen.

Ik heb haar lief voor haar eindeloos respect. Ook voor haar tederheid en haar eindeloze liefde.

Ze is nog erg mooi op de koop toe.

Mijn vrouw stel ik nimmer te koop.

Ze leest echter weinig van mijn teksten die ik publiceer.
Ze houdt niet zo van mijn schrijfstijl en mijn opschepperig gedoe over mooie vrouwen en zo.

Ze vindt het ongepast.
Ik vind daarentegen maar weinig ongepast.
Mensen die steeds zeuren over ongepastheden hebben zelden goede zeden.

Dat ik met haar collega’s flirt vindt ze helemaal niet erg.

Ik verlaat de winkel en rijd naar huis.

Ze vraagt de droge worst.
De hond krijgt ook.
De hond krijgt alles waar hij om vraagt.
Behalve mijn echtgenote.
Ik kan er niet tegen dat hij haar wil.
Ze is van mij en van niemand anders.

Kom nooit aan mijn echtgenote of ik stuur mijn hond op je af.

Ik vertel hem dat je een droog worstje bent en dan vreet hij je op.

Mijn hond heeft een heel erg grote mond ,voor zijn gestalte, dus pas maar op als hij achter je aan zit.

Hij heeft zich onlangs door een kater laten besproeien.
Mijn hond heeft een enorme goede band met katers die zich dominant gedragen.

Ik gedraag me ook vaak dominant. Dat komt door de angst die ik van mensen heb gekregen doorheen mijn leven.

Ik gedraag me anders dan anderen.
Ik werd vaak gepest omwille van mijn bizarre en onberekenbare gedrag.

Ik was vroeger anders wel een gewoon kind zoals anderen vond ik over mezelf.
Ik voelde echter ,sinds kindsbeen af, wel aan dat er iets met me was dat anderen niet hadden. Iets positiefs vond ik toen.

Ik was altijd al een dromer, een fantast en een waaghals.
Ik kwam ook steeds in zeer bijzondere situaties terecht door mijn impulsief gedrag.
Ik had nooit ergens schrik voor en deed alles wat een ander beweerde waarvan ik het niet zou durven doen.

Ik deed alles wat een ander niet deed. Zonder nadenken. Nadenken deed ik achteraf.

Als kleuter beklom ik het dak van de school.
Als tiener stak ik een jerrycan met dertig liter benzine in de fik.
Als prille twintiger sprong ik met mijn snowboard over de chalet van een knappe Hollandse skiester.
Ik ontsnapte toen ik niet mocht uitgaan langs het dakvenster om in de nachtelijke uren elke megadiscotheek van het land aan te doen.

Eigenlijk deed ik best wel leuke dingen maar toch werd ik op school gepest.
Ook later op verschillende baantjes die ik heb gedaan. Steeds was er wel wat waardoor het fout ging.
Niet altijd terecht vond ik dat ik mijn werk ben moeten stoppen.
Ik beweer niet dat ik nooit in de fout ben gegaan maar dat waren dan meestal administratieve zaken die ik was vergeten of had uitgesteld of door verstrooidheid niet had nagekomen.

Kwaliteit is steeds zeer belangrijk geweest op professioneel vlak. Kennis en kunde zijn voor mij erg belangrijk.

Ik zonderde me steeds meer af en vond mijn gading in de muziek, rebellie en vechten en in allerhande gewaagde sporten.

Ik was er goed in en het gaf me een kick en een goed gevoel die ik ,in sociale omgang met anderen, nooit heb gevonden tot ik later vrienden heb ontmoet die dezelfde gedachten en ideeën hadden als mij. Zij vertelden me over ADHD en het feit dat ik dringend op doktersconsultatie moest om geen verdere problemen te krijgen. Zij hadden de diagnose al vroeg gekregen en ik pas op twintig jarige leeftijd. Het meeste kwaad was toen reeds geschiedt.

We bonden in die tijd ijzeren staven onder ons schoeisel en reden met de motor op de grote baan terwijl we al rijdend naast de motor gingen gangen. De vonken onder onze schoenen deden de straat deden verlichten.

De automobilisten zetten zich verbaasd langs de zijkant van de weg.

Een fijne tijd was dat.

Mijn vrienden hebben allemaal dit leven verlaten.

Anders zijn in dit leven is een moeilijke zaak.

Toch is het fijn.

Het brengt echter weinig op als je niet blijft vechten voor je integriteit en je authenticiteit.

Eigenlijk ben ik een hele lieve jongen.

Ik versier de dames in de winkel.

Ik hou zielsveel van mijn vrouw en mijn kinderen.

Ik hou van mijn hond.

Ik hou van het leven en weiger te denken dat het leven niet naar me lacht.

Ooit was dat anders.

ADHD is een eigenaardig iets.

Andere mensen vind ik eigenlijk ook maar rare wezens.

Uiteindelijk blijft alles,

blauw blauw

Advertenties
Categorieën: column, VolwassenwordenmetADHDTags: , ,
%d bloggers liken dit: