Haken studenten verpleegkunde te vaak af omwille van gebrekkige begeleiding in het werkveld?

Hoe erbarmelijk is het verhaal dat ik nu al voor de zoveelste keer te horen kreeg?

Het doet mijn hart krimpen en schaamt me diep als ik denk aan mijn liefde voor verpleegkunde.

Jonge mensen die afhaken in hun studie verpleegkunde omwille van negatieve ervaringen op de stageplaats. Het zou niet mogen zijn.
Het was gisteravond niet voor de eerste maal dat ik het verhaal aanhoorde van een meisje die gedreven was om zich te laten scholen tot verpleegkundige. Ze had haar studies met volle moed begonnen en behaalde goede resultaten op de schoolbanken. De theoretische vakken waren geen probleem en ook de praktijklessen die de school haar studenten aanbiedt waren op maat van de student met een degelijke individuele begeleiding. ( In mijn tijd was dit nog anders. Over individuele begeleiding was maar weinig sprake. )
De jonge vrouw haakte af op het einde haar eerste jaar. Haar punten die ze van de stagedocent en de mentoren had gekregen waren voldoende en ze kon moeiteloos overgaan naar het tweede jaar van haar opleiding.
Ik vroeg haar waarom ze dan uiteindelijk had besloten om alsnog een andere richting uit te gaan op studievlak. Het antwoord verbaasde me niet. Het kwetste mijn hart wel toen ze vertelde dat ze afhaakte omwille van het aanbod van gerichte praktijkervaring voor studenten en het gebrek aan mogelijkheid tot ontwikkeling.

Ik stokte even toen ik haar moest toegeven dat dit inderdaad niet uit de lucht was gegrepen.
De rol die studenten, zeker in hun eerste jaar, spelen als urinaalspoeler en bedpannenwasser is nog steeds een heikel punt op de stageplaats.

Een stereotiep beeld die afhakers vaak gebruiken om hun tekortkomingen te vergoelijken?

Deels zal dit wel zo zijn. Mijn ervaring als mentor voor studenten verpleegkunde zegt dat dit deels zeker waarheid is. Anderzijds kunnen we niet ontkennen dat er ondanks de poging tot verandering nog steeds te veel taken worden doorgeschoven naar studenten omwille van de aard ervan. De taken die nu eenmaal tot de job behoren.
Verpleegkundigen gebruiken dan het excuus dat ze deze zaken ook moeten leren. Hier slaan ze echter de bal heel erg  fout. Het is een al te makkelijk excuus om het doorschuiven van de minder leuke kanten van hun job aan de onmondige studenten door te geven. Indien studenten wel mondig zijn dan worden ze vaak monddood gemaakt. Het blijven immers studenten met een droom in een mooie toekomst. Ze zwijgen liever dan hun dromen op te moeten geven. Een foute maar onverbiddelijke keuze waar handig gebruik van wordt gemaakt.
Bedpannen wassen en urinalen spoelen, het verversen van de zoveelste met stoelgang bevuilde bewoner. We kunnen niet ontkennen dat het enerzijds bij het leven in de zorg hoort. Anderzijds mag niet ontkend worden dat deze zeer ondankbare taken al te vaak studenten te beurt vallen.
Waar het werkelijk om draait is het aanbieden om verpleegkundige technieken aan te leren en te oefenen op de werkvloer. Deskundige begeleiding krijgen van ervaren verpleegkundigen.

Op  de scholen worden technieken in een artificiële situatie aangeleerd en ingeoefend. Toch komt de ervaring pas in een reële situatie met patiënten van vlees en bloed.
Deze taken, die de kern vormen van het verpleegkundige takenpaket worden vaak niet door studenten uitgevoerd omwille van verschillende redenen zoals daar zijn , de hoge werkdruk, tijdsgebrek, weigering door de patiënt om door een stdudent te worden verzorgd. Evengoed is dit een vrij goede weergave van bhoe het er op de werkvloer aan toegaat. We zijn het er allen over eens dat dit ons belemmert om deskundigheid voor de dag te brengen.
Evengoed zijn dit stereotiepen. Deze sterotiepering echter is nog veel negatiever in de beeldvorming van het ‘edele’ beroep van de verpleegkundigen.

Het aanbieden van een degelijke praktijkgerichte opleiding speelt in het belang van beide partijen.
Ik ben in de overtuiging dat werkdruk en de bovenvermelde redenen zeker een rol spelen.

Aan de andere kant kan ik niet ontkennen dat verpleegkundigen liever de aangenamere verpleegkundige taken op zich nemen terwijl de studenten bedpannetjes wassen en stoelgang moeten kuisen.
We mogen de werkdruk en het personeelstekort in de zorg niet steeds de rol van het zwarte schaap toedelen voor de tekorten van onszelf, wij, verpleegkundigen zelf.

Het is makkelijk om een zondebok aan te duiden en dit door een uitbarsting van witte woede in de hoofden van de onwetetende mens te stampen die geen ervaring hebben hoe het leven in een zorginstelling er aan toe gaat.

Het maskeert meteen ook de werkelijke oorzaken van de hoge werkdruk en vooral het tekort aan capabele zorgverstrekkers.

Dit begint in de eerste plaats met het aanbieden van eerlijke kansen tot ervaringsgerichte opleiding aan te bieden door verpleegkundigen met een hart voor hun werk.

Ik wil  bij deze stellingname zeker geen stenen gooien naar eender wie. Daarom gebruik ik nog steeds mijn titel als verpleegkundige hoewel ik niet meer in het werkveld sta. Ikzelf heb waarschijnlijk ook wel eens zondaar geweest omwille van een mindere dag of omwille dat het erg druk was of zo. Ontkennen heeft geen zin. We maken nu eenmaal fouten en hier schuilt kwetsbaarheid maar ook de menselijkheid van onze beroepstitel.
Als we allen ons zelf in vraag stellen dan zullen we moeten toegeven dat de kern van het probleem in de beeldvorming van het verpleegkundig beroep ligt.
Dat studenten afhaken omwille van onze eigen tekorten en moeilijkheden is een feit en het komt het tekort aan colegae niet ten goede.
Dat we de mooie kanten van het beroep steeds naar voor moeten brengen als men ons vraagt waarom we voor verpleegkunde hebben gekozen is evengoed een negatief beeld opghangen.

De realiteit van de verpleegkunde ligt in het midden van de bedpan en de liefdevolle omhelzing van een zorgvrager. Tussen de geur van lichaamsvochten en rozengeur.
Beeldvorming begint bij de verpleegkundigen zelf en het in vraag stellen van ons eigen functioneren als zorgverlener. Maar ook in onze rol als docent in het aanleren van deskundigheid.
‘Kom.’ We moeten toch toegeven dat we hier te vaak fouten maken en dat dit de reden is waarom jonge mensen niet meer aangetrokken worden om aan de studie verpleegkunde te beginnen.
Ik blijf ervoor pleiten dat een degelijke scholing begint op een aangename en leerrijke werkvloer die deskundigheid in het vaandel stelt en niet het zeurende karakter over hoe zwaar ons beroep wel niet mag zijn.
Een menselijke zorg geldt ook voor het menselijk behandelen van studenten en eerlijkheid over de inhoud en het leven van een verpleegkundige in de zorgsector.

Hier begint de verandering van een beroep die in een knelpunt is verdwenen.

Dat arbeidsvoorwaarden, loon naar werk, het wegvallen van sociale voordelen ( landingsbanen, vervroegde pensionering ) , arbeidstijdreglementering en dergelijke meer evenzeer een rol spelen in ons ongenoegen en het tekort aan personeel is zeker evenzeer harde realtiteit.

Ook dit zal ik blijven aankaarten maar het zou ons te ver brengen.

Ik blijf erbij dat dit geen excuses mogen zijn om onszelf en onze deskundigheid in vraag te blijven stellen en een positieve verandering te brengen in de negatieve sfeer die momenteel, niet enkel bij studenten en zorgkundigen, het mooie beroep van verpleegkundigen en zorgkundigen in een fase van stagnering heeft gebracht.
Vooruitgang in een snel veranderende medische wereld komt niet tot bloei als we blijven ontkennen dat het probleem in de eerste plaats bij onszelf ligt. Wij, de ervaringsdekundigen op paramedisch vlak.

De politieke incorrectie en de arbeidsvoorwaarden zullen niet veranderen door werkweigering, en het nukkig blijven om het met de gegeven situatie toch te moeten doen.

Dit is een taak voor deskundigen op een ander vlak en ik pleit daarom ook om geen uitbarstingen van witte woede te krijgen.

Het is incorrect, ineffectief en brengt een verkeerd beeld over ons beroep dat in werkelijkheid niet zo slecht is als we beweren.

Waar het werkelijk om draait is het verhaal dat ik te horen krijg van studenten en mensen met een hart die blijven afhaken in hun opleiding in een zorgend beroep.

We kunnen niet blijven ontkennen dat de grootste fout niet in de politieke wereld is te vinden maar op de werkvloer , het onderwijs en in onze wilskracht om ondanks alles door te zetten op de weg naar een veranderend zorgklimaat.

Hierbij geef ik de hete pook door in de handen van mijn colegae zorgverleners.

Aan jullie de keuze of je deze netelige situatie tot verandering wil brengen.

Dat studenten met dromen belemmerd worden om door te zetten vind ik een maatschappelijk probleem en getuigt van weinig sociaal gedrag door onszelf. Het is erg om te moeten toegeven dat dit realiteit is en ons momenteel onverschillig laat. Het zou niet mogen zijn als we denken dat zij later naast ons bed zullen staan om ons liefdevol te behandelen ook al gaat het met hen niet zo goed die dag.

(Thomas Haghenbeek)

 

Advertenties
Categorieën: VolwassenwordenmetADHD
%d bloggers liken dit: