In een hoekje van de grote zaal.

 

Eenzaam sta ik in een hoekje van de zaal. Huppelend van mijn ene been op het andere. Ik speur naar een bekend gezicht. Een aanknopingspunt.

Ik weet niet hoe ik mij gedragen moet en steek mijn handen in mijn zakken, frutsel aan mijn sleutels, tel mijn kleingeld even, kijk even op mijn telefoon en doe alsof ik een berichtje lees of zoiets wat andere mensen met telefoons kunnen doen.
Ik ken weinig van telefonie. Nog minder van de hedendaagse smartphones. Nog minder weet ik over hoe ik me sociaal moet gedragen in een groep mensen die mij volledig onbekend zijn.
Ik weet heel veel zaken over sociaal gedrag en kan zonder moeite dynamische processen zien en ontleden. Ik vang heel erg veel prikkels op. Ik kan anderen perfect sturen hoe ze zich zouden moeten gedragen in bepaalde situaties. Ik weet heel goed hoe ik me voel en kan emoties aanvoelen en beschrijven als dat nodig is.
Mijn gedachten razen aan de snelheid van het licht door mijn hoofd. Mijn hoofd is overvol van alles wat ik weet.
Ik vergeet zelden iets en stapel de dingen ergens op. Ik zou bij God niet weten waar alles wat ik weet kan worden opgeborgen in dat kleine langwerpige hoofd van mij?
Ik denk dan steeds dat er misschien wel ergens een archivaris rondloopt in de vorm van een hele kleine dwerg die , de binnenstromende, archieven probeert onder te brengen op de juiste plek en ze ,indien nodig, terug ophaalt om te worden gebruikt als ik erom vraag.
Ik zie hem lopen met zijn kleine korte armpjes ,met een grote stapel dossiers tot onder zijn kin gestapeld.
Hij buigt wat door zijn knieën en bezwijkt zowat onder het gewicht van de hoeveelheid informatie die hij daar ergens moet gaan sorteren. Hij strompelt en mankt en heeft zichtbaar rugpijn van het zware werk dat hij al jaren uitoefent. Hij werkt dag en nacht die dwerg en kent moeiteloos elke plek van elk dossier van buiten.
Hij wordt echter ouder mijn kameraad. Zijn korte benen en zijn kleine voeten zijn door de jarenlange arbeid niet meer in staat om de steeds bijkomende informatie op het goede tempo te verwerken.
De balie waar de receptioniste zit. Een vrouwelijke slanke dwerg met blonde haren in een dotje en een hoornen brilletje schreeuwt hem toe om wat sneller te werken want de stapel dossiers komen zo snel op haar desk terecht dat ze bijna geen plaats meer heeft om ze te beoordelen en al dan niet tot het archief toe te laten.
De rij wachtende dossiers beginnen zich onrustig te gedragen op het lange wachten en beginnen te morren en te pruttelen. Soms komt de rij in opstand en dwalen ze door elkaar of beginnen druk met elkaar te overleggen. De receptioniste kan de binnenkomers geen plaats meer bieden en raakt de tel kwijt, vergeet de volgorde van de rij wachtenden en komt stilaan in chaotische toestanden terecht.
De informanten blijven echter binnenstromen en de receptioniste begint luid en heftig tegen de klanten te fulmineren. De dwerg loopt druk heen en weer en begint willekeurige stapeltjes weg te leggen op plaatsen met de intentie om ze later wel te klasseren.
Hij vindt ze op de lange duur niet meer terug en de hele administratie van mijn hoofd begint stilaan in wanhopige structurele toestanden te komen. De receptioniste smijt alle troep de deur uit en ze werken voort. Ze kunnen de chaos in mijn hoofd echter niet meer goed maken. Nooit is er wat tijd over om tot rust te kunnen komen.
De overbodigheden komen ongewild langs mijn mond naar buiten. In gezang, geleuter, scheldpartijen, dichterlijk gerijm op hip hop wijze gebrachte teksten en dergelijke expressieve toestanden zoals dansen, druk zijn, ijsberen en als een leeuw in een kooi rondlopen… Nervositeit en ernstig gecompliceerd psychisch pathologisch las ik onlangs op een protocol van de psychiater.
Ik vond het niet zo aangenaam om deze diagnostische beoordeling te lezen. Ik voel me nog steeds een mens maar heb maar weinig vertrouwen in mensen. Te vaak heb ik mijn goedheid laten misbruiken door onmensen. Ik ben op mijn hoede als het om sociale interacties gaat. Ik ben bang om ontmenselijkt te worden denk ik.
Ik ga echter voort met mijn leven en probeer de toekomst positief te maken en vooruitgang te maken in mijn leven, iets te bereiken en mijn kinderen te behoeden voor de gevaren van het leven en ben terecht bezorgd voor een onvoorspelbare toekomst.
Ik zie mijn toekomst rooskleurig in en vecht me terug .
Toch sta ik hier onzeker te trappelen in het hoekje van de zaal en besluit om de bar op te zoeken en een drankje te bestellen. De andere mensen doen het ook dus ik denk dat dat wordt verwacht als je je onder andere mensen begeeft.
Ik probeer een gesprek aan te knopen. Ik ben mondig en hoewel ik heel erg angstig ben geworden om gekwetst of bekeken te worden overwin ik steeds de drempel en spreek ik mensen aan om niet afgezonderd te geraken.
Ik zou soms wel een kluizenaar willen zijn. Ik heb anderzijds ook nood aan sociale contacten en bevestiging.
De mensen aan de bar hebben geen tijd voor sociaal gedoe en ik loop naar de uitgang om bij de sociale rokers aanpak te vinden. Rokers zijn een minderheid die veel kritiek te verduren krijgen dus ik hoop om daar wel geluk te hebben om mij sociaal te hechten aan die vreemde onbekenden.
Het geluk was van korte duur. Een andere kerel met een groot ego snijdt me de pas af en ik overtref hem met mijn verbaliteiten. Hij en z’n aangang verlaten me.
Ik ga maar naar mijn plaatsje in zaal waar een lezing over sociale interactie met kwetsbare mensen in de tweede lijnszorg wordt gegeven.
Het was een saaie lezing met weinig nieuwe informatie.
Angstig verlaat ik de zaal.
Op weg naar huis praat ik luidop tegen mezelf. Ik vind mezelf eigenlijk wel een aangename gesprekspartner en ik had een onderhoudend gesprek over antisociaal gedrag binnen de hulpverlening.
Het was een aardig gesprek met een kerel van wie ik heel erg hou.
Zolang ik van mezelf hou heb ik niemand anders nodig.
Leugenachtigheid en onwaarheden zijn eigen aan groepsdynamiek en ik en mezelf vormen een hechte groep. Normale sociale dynamieken zijn daar aanwezig.
Wat zou het kwaad kunnen om eens een lezing over te slaan en een concert mee te pikken de volgende keer?
De interacties tussen ,aan alcohol onderhevige, jongeren zijn zeer leuk om te aanschouwen. Ik zal wel fristi drinken met mijn vriend sociaal incapabele Michiel.
Hij is een echte vriend geworden.
Ach eigenlijk heb ik nog geluk dat ik geen ernstige andere pathologiën met me meedraag. Hoe triestig zou dat zijn. Erger zou ik het nog vinden om een normale mens te zijn zoals anderen zijn.
Diversiteit is nodig in het leven.

Er lopen al genoeg koeien uit de kudde de gracht in.

Oude koeien haal ik er niet meer uit en verlaat hun spoor.

De wildernis met onbetreden paden is te aanlokkelijk.

Af en toe keer ik terug naar de kudde waarvan ik steeds meer wordt vervreemd.

( Thomas Haghenbeek )

Advertenties
Categorieën: ADHD bij volwassenen, column, Psychische kwetsbaarheid algemeen, VolwassenwordenmetADHD, Wees jezelf, wat denk jij over dit themaTags: , ,
%d bloggers liken dit: