Gedicht van Wim Vandeleene

Het midden van de tafel

ze veegt de bloemen van tafel,
vraagt een pink en ik leg een open hand aan haar kant.
ze neemt de hamer en slaat er naast. de tafel barst.
ik hoest splinters op en maak een vuist klaar,
een hart in een knokig pantser.
voor we in het rood gaan
wil ik de hoeken van de tafel vijlen,
mijn pool verlaten en een raakpunt zoeken.
het kompas liegt. het midden is geen stip op de kaart.
als ik mag geloven wat ik vermoed ligt het ergens tussen ons,
ver van het zelfbedrog, op deze barst, waar ik een hand open.

Advertenties
Categorieën: GedichtenTags:
%d bloggers liken dit: