Abeltje, een fabeltje? Of, harde realiteit?

Het fabeltje van Abeltje…

In al mijn angsten stond ik deze middag in de rij te wachten van de plaatselijke supermarkt.

De supermarkt is gevestigd in een modern gebouw gloed als nieuw.

Zo’n gedrocht van een modernistisch, op een draak lijkend, gebouw.

Ja zo’n Duitse draak ,niet als het Bauhaus ,dat eerder aan kunst refereert, maar een echte Duitse draak eerder als Angel Merkel er één is.

In dat gebouw dus stond ik deze middag in het rijtje te wachten. Net zoals de anderen ben ik gehaast om uit de rij te kunnen komen.

Ik wenste echter niet om snel weer thuis te komen. Net de angsten en de onrust hadden mij het huis uit gedreven.

Naar de supermarkt gaan is een ideaal excuus om het huis te verlaten en onder de mensen te moeten komen.

Tussen de mensen komen is een echte hel geworden dezer dagen.

De allesomvattende angst voor mensen. Sociale angst. De angst om opnieuw gekwetst te zullen worden heeft zich meesterlijk in mij vastgezet.

Het feit dat ik al moest wachten in een rijtje maakte mij ongemakkelijk en ik voelde een onwezenlijke drang om weg te komen uit de rij. Toch kon ik niet zomaar weggaan.

Wat zouden de anderen wel niet zeggen? Wat als ik zonder boodschappen zou thuiskomen? Wat als?

Achter mij dook Abeltje op. Abeltje was een jongen van om en rond de acht tot negen jaar die pretendeerde dat hij een fransoos was. Een fransoos met de kennis van welgeteld drie woorden Frans.

Bonjour Monsieur, Bonjour Madame. Een wereldburger van die leeftijd had ik nog niet eerder ontmoet.

‘Bonjour Monsieur petit gosse’ Repliceerde ik op zijn aangeven.

De jongen zweeg en ging verder in het Nederlands.

‘Kan hij echt wel Frans?’ en ‘Wat zegt die man nu wel mama?’ Vroeg de jongen vertwijfeld aan z’n moeder.

Het mensje verstond echter ook niets van vreemde talen en voelde zich ongemakkelijk door het vrijpostig gedrag van haar kind.

Ik verontschuldigde me voor mijn repliek en zei haar dat het niet erg was en me niet lastig gevallen voelde.

Ik voelde erg duidelijk een spanningsveld hangen. Het gedrag van haar zoon (Normaal op dergelijke leeftijden) was niet evident in de rij van wachtende mensen.

Normaal gedrag van kinderen wordt nog zelden als normaal beschouwd indien ze in sociaal stresserende situaties terecht komen.

Ouders spelen hier zeer onhandig op in en fulmineren hun ongemak naar hun kinderen door hen te berispen of hen te vragen om wat gepaster over te komen naar anderen toe.

De rij waarin we stonden toonde zeer veel begrip voor de moeder die haar kind berispte omdat het zich niet stil hield en repetitief en hyperactief woorden in een andere taal tegen onbekenden uitkraamde. Het maakte hen ongemakkelijk voelen denk ik. Dat voelde ik toch zo aan.

Ik verstond het kind eerder dan de moeder en was al blij dat iemand in de rij het lef had om tegen mij te praten. De moeder was in haar schaamte gebleven en reageerde niet op mijn opmerking dat ik geen last had van zijn gedrag. Ik toonde het ook niet aan het kind zodat hij bleef verder ratelen tegen mij.

Herkenning was het eerste gevoel dat spontaan bij me op kwam. Waarschijnlijk ook bij Abeltje maar hij kon dat gevoel niet herkennen. Het feit dat hij tegen mij bleef verder praten betekende veel.

Heel beleefd zei ik hem om beter wat contact te zoeken met de grond en probeerde daarmee de aandacht van de moeder en de anderen in de rij positief te laten buigen omheen het kind. Hij werd rustig door de aarding met de grond en kon zijn aandacht op andere zaken concentreren.

De moeder en de andere rijleden keken bedeesd voor zich uit en deden alsof er niets aan de hand was.

Hier was erg veel aan de hand en dat in een luttel moment.

De mensen in de rij waren gehaast om naar huis te gaan. Ze hebben een drukke agenda en moeten nog naar de winkel om boodschappen te doen, kinderen van school halen, eten maken.

Het stopt niet in dit leven en ze vinden zelden rust. Dat ze nog moeten wachten in de rij en worden aangesproken door een onbekende maakt hen niet erg rustiger.

Ze stralen onbewust hun onrust uit. Mensen met een hoge prikkelgevoeligheid voelen dit aan.

Drukke gedachten en gevoelens stralen een zeer hevige energie uit. Voor mensen met een hoge sensitiviteit is de uitstraling van drukke gedachten of omgekeerd (rust) erg ingrijpend.

Abel voelde deze drukte vast aan en door hem contact te laten zoeken met de aarde kwam hij tot innerlijke rust.

Het feit dat ik de moeder bespeelde en haar kind raad gaf maakte haar innerlijk boos. Ze opperde vast dat ik me niet met haar moest bemoeien want het ondermijnde haar gezag.

Ik zocht echter een compromis. Abel zou algauw gaan ontaarden en dat zei ze duidelijk zelf met de woorden ‘Stil nu Abel voor dat het weer te laat is.’

‘Het kwaad is reeds geschiedt.’

Ik zei dit ook luidop zodat ze het kon horen. Zeer bewust. Ook al wist ik dat ze dit niet erg leuk zou vinden.

De bewuste confrontatie opzoeken.

Ik hoopte erop dat ze zou zien dat, als het kind zich zou aarden, het al heel wat rustiger zou worden.

Van de rest van de wachtenden kan je enkel maar verwachten dat ze het maar zeer ongepast vonden hoe ik op een sociale manier omging met het kind maar dit niet dusdanig zouden ervaren.

Tegelijk was mijn interactie met de moeder niet erg sociaal en vrij confronterend.

De situatie trok ik heel bewust naar me toe.

Het doet pijn en ik zou me evengoed hebben kunnen afzijdig zetten. Toch vond ik het niet meer dan normaal om het kind in bescherming te nemen ten koste van mijn eigen integriteit.

Dat anderen mij maar anders vinden neem ik er gerust wel bij. Ik zal het wel nooit echt kunnen aanvaarden maar dat heb ik reeds een plaats gegeven.

Hier is een zeer duidelijke relevantie met de sociaal maatschappelijke situatie die zich voordoet in ons westers denkbeeld.

Druk leven en carrière moeten maken . Veel denken en weinig voelen. Zien zonder voelen wat we denken.

De drukke maatschappij geeft ons het gevoel dat we zoveel moeten. Iets willen is evenzeer belangrijk en we voelen aan dat we niet meer doen wat we willen of, daar niet toe in staat zijn.

Het geeft ons heel veel onrust en dat stralen we uit en spiegelen dit aan de anderen die rond ons heen zijn.

Zo was bij Abel heel erg zichtbaar dat zijn drukke gedrag niet werd geapprecieerd. Ik voelde duidelijk aan dat de rij wachtenden hun eigen onrust gingen spiegelen aan het kind en hem als bij wijze van een zwart schaap gingen bekijken als oorzaak van hun eigen gemoedstoestand.

Een zeer ernstige situatie als je het mij vraagt . Omdat het kind ,dat (duidelijk) zeer voelend was, in een zeer ongunstige situatie werd geplaatst. Kinderlijke onschuld mag niet door anderen ontnomen worden in het belang van zelfontplooiing.

Daarom ging ik ingrijpen in mijn eigen nadeel. Ik ben een volwassen man en Abel is nog een kind. Een kind van de rekening ook, als er geen ernstige verandering komt in ons sociale denkkader.

Wat hier werkelijk aan het gebeuren was is het resultaat van stigmatisering. Een zeer ernstige dooddoener voor mensen met een gebrek of net iets dat ze teveel hebben. Overgevoelig, hyperintelligent, hyperkinetisch en noem maar op. Tegenwoordig is alles wat je teveel hebt een groot tekort geworden.

Ik vind het persoonlijk een groot tekort als mensen zich op dergelijke wijze opstellen tegenover anderen.

Duidelijk een teken dat er iets aan de hand is en, er op maatschappelijk vlak zowel als op sociaal vlak een mentaliteitsverandering nodig is.

Uiteraard is hier een bewustwording van toepassing waar ik handig heb op ingespeeld door me kwetsbaar te gaan opstellen tegenover het vreemde kind dat hier duidelijk werd geviseerd.

Dit is overdracht van het emotionele zijn van het kind op mezelf. Abel was zich niet bewust van de energetische tegenoverdracht van de mensen in de rij. De onrust die onbewust op hem werd overgedragen of geprojecteerd.

In de psychologie zijn de termen overdracht, tegenoverdracht en projectie legio. Vaak zijn we ons niet bewust dat het in communicatie een zeer belangrijke rol speelt en ons gevoelsleven en sociale interactie dermate beïnvloedt. In zowel positieve als negatieve zin.

Als mensen zich laten beïnvloeden door dergelijke communicatieve situaties die niet onderkend worden dan kunnen zeer explosieve en onmenselijke situaties ontstaan. Ik denk vooral aan een niet zo ver verleden waar minderheden zoals Joden, Mongolen, Homoseksuelen en andere bevolkingsgroepen werden geviseerd omwille van hun anders zijn.

Als geïnterneerde communicatieve processen als deze worden geëxternaliseerd dan…. Je weet maar nooit.

Voor mij is het waarschijnlijk al te laat. Voor Abel heb ik nog hoop dat de bewustwording van anderen in dit drukke leven verandering zal brengen in de sociale interactie en we, door deze bewustwording wat minder van onszelf gaan eisen om het leven voor onszelf en anderen wat gemakkelijker te maken.

Meer geven, minder nemen, meer egocentrisme en minder egoïsme. Het zijn zeer belangrijke zaken die het leven draaglijk maken zowel voor onszelf als voor anderen.

Ik denk echt wel dat de situatie met Abel een eye-opener moet zijn omwille van de foute communicatieve invloeden die hier betrekking hebben op alle betrokken partijen.

Namelijk. Ik (Ego), Abel, de moeder (generatie, beschermend, verwerend), de rij wachtenden (maatschappij).

Ik denk vervolgens dat wij uit deze situatie veel lessen leren en moeten werken aan bewust leren voelen, denken, en handelen om tot deze verandering te komen.

Het geeft geen zin meer om te klagen over drukte en dit op anderen te steken. Laten we vooral in onze eigen boezem kijken en eerst tot een interne verandering komen en ons bewust worden dat de toekomst voor onze kinderen is.

En dan nog.

Advertenties
Categorieën: ADHD bij volwassenen, column, Psychische kwetsbaarheid algemeen, VolwassenwordenmetADHD, Wees jezelf, wat denk jij over dit thema, Zorgsector in VlaanderenTags: , , ,
%d bloggers liken dit: