Dag van de verpleegkunde.

Dag van de verpleegkunde:

Met lede ogen kijk ik naar het scherm van mijn mobieltje.

De letters dansen voor mijn ogen en zoeken brandend een weg naar mijn brein waar ze het vuur oplaaien dat ooit zo hevig was.

Een intens verlangen maakt zich van mij meester. Een nostalgisch verlangen naar gebroken dromen. Naar een wonderbaarlijke wereld die ik mocht ervaren waar de mensen waarlijks tot ontmoeting komen.

Ik twijfel steeds meer of de ontmoeting steeds zo waarachtig is geweest. De pijn die ik voel is echt. Dat weet ik met zekerheid.

Verloren tijden komen zelden terug in nieuwe dagen.

Wanneer was het laats de dag van de beenhouwer, de dag van bakker Bertje (hier net om de hoek.), de dag van de vuilnisman? Ik herinner me het niet.

Ik denk terug aan enige tijd geleden. Dag van de klant. Iedereen kreeg een cadeautje. Ik durfde het niet aanvaarden maar deed het toch omdat ik dacht dat dat zo hoorde.

Schuldig denk ik na over wanneer het de laatste keer is geweest dat ik nog dank je zei tegen de bakker. Dank je ook voor ons dagelijks brood.

Ik staar nog steeds naar de aankondiging op één of ander sociaal medium gepost. Priemend griffelt het mijn netvlies, mijn hart.

Morgen is het dag van de verpleegkunde.

Onlangs nog maakte ik me kwaad toen het dag van de zorg was.

Hoeveel dagen moeten mensen tegenwoordig niet hebben om zichzelf op te hemelen?

Dag van de verpleegkunde, dag van de zorg, kuis een bedpan uit dag, ledig een urinaal dag?

Het ging hem niet zo zeer om het feit dat er dergelijke dagen zijn. Wel de boodschap die refereerde naar een nieuwe uitbarsting van witte woede raakte me diep.

Witte woede?

Nergens voor nodig. Als je het mij vraagt.

Bovendien is het schadelijk voor het imago van de zorgsector. Weinigen die daar ooit over nagedacht hebben dunkt me.

Verpleegkundigen, zorgkundigen, paramedici. Ze snijden toch zo graag in eigen leer. Ze pretenderen toch zo graag dat het leven in de zorgfabrieken in dit land toch o zo slecht is. Dat ze geen degelijke zorg meer kunnen geven aan de patiënt.

Spiegelen ze hun eigen ongenoegen niet teveel aan onrealistische zaken? Ik zal niet beweren dat het niet realistisch is als ze beweren dat er een probleem is. Toch denk ik eveneens dat ze de beeldvorming over verpleegkundigen en zorg in hun nadeel hebben beïnvloedt en dit nog steeds niet kunnen laten.

Beeldvorming?

Inderdaad. Beeldvorming.

Vooral rond andere zaken dan urinaaltje was, bedpannetje kuis, en dergelijk meer. Personeelstekort, werkdruk, arbeidstijdsbeheer, pensioenregeling en nog andere zaken waar ze zo graag over palaveren tijdens de pauze in het koffiekamertje die zo stilaan de verpleegpost is geworden. Waarvoor ze in Brussel gaan betogen in een zinloze stoet luidop schreeuwend hoe slecht het toch wel niet is.

Dan denk ik vervolgens wanneer het dan wel de laatste keer zou zijn geweest dat ik nog de dankbaarheid van de patiënten heb gehoord, de liefde, onvoorwaardelijk geven, krijgen, fierheid, trots, de omhelzing in het samenkomen, de ontmoeting in de authenticiteit van het mens zijn?

Geen wonder dat zich geen kat meer geroepen voelt om verpleegkunde te gaan studeren.

‘Hoeft zo’n dag eigenlijk wel?’ Vraag ik me onwillekeurig af.

Ik probeer de kalmte op te zoeken maar het lukt me amper.

Mijn blik blijft starend op het scherm van mijn mobieltje hangen.

Het brandt nog steeds.

Het vuur om voor anderen door het vuur te gaan.

Tanend is de schoonheid van een edel beroep.

Edellieden bestonden in een lang verleden tijd. Heden zijn er maar weinig ridders meer.

Liefde en pijn? Hoe duaal is het leven niet? Hoe mooi? Hoe lelijk?

Ik sluit de app. en hou mijn hart vast als ik denk dat ik later oud en moegestreden op mijn ziekenbed zal liggen en met valsheid op mijn lippen zal moeten zeggen.

‘Hartelijk bedankt.’

Advertenties
Categorieën: column, Psychische kwetsbaarheid algemeen, VolwassenwordenmetADHD, Wees jezelf, wat denk jij over dit thema, Zorgsector in VlaanderenTags: , , , ,
%d bloggers liken dit: