Woorden Schat

Woorden zijn ondertussen mijn schat geworden.

Lezen heb ik steeds graag gedaan. Schrijven heb ik moeten leren en ik schrijf al lang.

In menig schrift heb ik mijn verhalen geschreven. De schriften liggen hier en daar verspreid in kasten, laden of, ergens op een plank of boekenrek.

Even chaotisch als de schrijfsels die ze verborgen houden, in kriebelend, dan weer keurig, geschrift.

Emoties schemeren zo erg door in mijn handschrift. Soms zijn ze leesbaar, soms niet.

Woorden.

Spreken heb ik moeten leren.

Woorden?

Ze floepen uit mijn mond als ze geproduceerd worden door mijn denken dat nooit tot stilstand komt.

Denken?

Vooral dat, hoewel ik niet kan stoppen, heb ik moeten leren.

Ik leer het nog steeds.

Temporiseren, terugkeren, grenzen zoeken en structureren. Het denken die mijn spreken zo beïnvloedt en een beeld schept over mezelf.

Een beeld dat vaak niet correct is met hoe ik werkelijk ben of, wat ik dan wel (werkelijk) voel.

Woorden zijn als een spiegelend wateroppervlak. Narcis kan er je alles over vertellen.

De verraderlijkheid van het woord werd door Confucius zeer goed geïnterpreteerd.

Mijn gevoelens zijn zo intens ontwikkeld dat ze me tot waanzin kunnen drijven.

Dat kan niet anders want, de prikkels die bij me binnenkomen zijn zo krachtig en zo talrijk dat ze mijn denken in chaotische toestanden brengt.

Voelen en denken. De oude Grieken wisten niet welke blunder ze door hun ijlegedachtenfilosofie maakten.

Gelukkig maar of, Pythagoras sprong gegarandeerd van zijn stelling af.

Hun buikgevoel zat vast ergens in hun hoofd toen ze ons lichaam van onze kop hebben willen scheiden.

Voelen en denken zijn zo in elkaar verstrengeld dat ze onmogelijk van elkaar kunnen worden gebracht. Toch was er een draagvlak voor de gedachte dat het lichaam en de geest los van elkaar konden staan.

Het heeft inzichtelijk wel heel wat met zich meegebracht en uiteindelijk ook bijgebracht. Toch blijf ik erbij dat het een grote fout is geweest en een andere manier ook tot beter inzicht had doen komen in de ontwikkeling van de wetenschap, de filosofie enz…

Bij ADHD en hoogsensitiviteit is er een groot gebrek aan evenwicht als het als een handicap, of zelfs als een gave, wordt onderkend. Ik gebruik ook liever mijn gaven dan mijn gebreken. Het is enkel hoe je de dingen bekijkt.

Onderkenning, ontkenning, taboe, negeren, pesten, hokjesdenken, noem maar op. De confrontatie met ons losbandig denken en voelen is zeer intens en de vergelijking met de losbandigheid van het leven doet ons allen ineenkrimpen van misnoegen.

Daarom schrijf ik heel veel op. Van je af schrijven. Ontspannend, inspirerend, kalmerend dat was schrijven een hele tijd voor mij.

Nu. Vandaag. Schrijf ik vooral via poëzie de dingen van mij af maar het is iets zo krachtig dat het erg inspannend is geworden.

Emoties in woorden schrijven. Daar moet je heel erg hard voor nadenken, en toch ook weer niet.

Balanceren tussen de onwerkelijke realiteit van taal, gedachten, gevoelens en het leven in ons aardse lichaam.

Aarden of tot de kern komen is voor ons erg belangrijk.

Ik ben vast een stuk poëtisch verdriet geworden.

Zwartgalligheid of melancholie druipt op Griekse wijze van mij af dezer dagen.

Het is niet erg. Voor mij persoonlijk.

Anderen vinden dat ik mezelf in zelfbeklag en verdriet wentel.

Ze voelen een pijn die slechts gedeeltelijk aanwezig is maar, die ik wel uit in mijn oeverloos geweeklaag over het leven dat ik lijdt.

Dat ik eigenlijk ook zeer gelukkig ben met mezelf dat ziet men niet. Ik vind dat ook niet nodig want al veel te veel worden de mooie dingen te grabbel gegooid in internetfora en dergelijke meer.

Ik maak ook wel poëzie voor de mensen.

Uiteraard. Het zou egoïstisch van me zijn om het niet te willen delen.

Ik denk dus ook wel dat schrijven een beetje werken is geworden. Heel hard werken soms.

Het is ondertussen zowat een half jaar geleden dat ik begonnen ben met het schrijven van mijn eerste roman.

Sindsdien is schrijven een dagelijkse bezigheid geworden en hoewel ik nog maar weinig broodkruimels op mijn bord heb gebracht met schrijven blijf ik hoopvol verder pennen.

Dat schrijven een hele opdracht is en zeer intensief is, dat zullen velen niet kunnen geloven. Het is werken tijdens de dag maar, vooral in de nacht.

Wanneer het stil is, en mijn hoofd relatief rustig is geworden.

De dag is vooral een tijd om te lezen en om inspiratie op te doen. Te denken en pijnlijk mijn hersens te pijnigen. De nacht maakt me bang en onrustig. Slapen doe ik erg weinig. Ik ben bang geworden om te slapen en wakker te worden in een zee van zweet.

Angstig leef ik verder.

Ik loop ,bijna overal waar ik heen ga, met mijn notities rond en een bussel pennen in mijn zakken.

Van tijd tot tijd stop ik ergens  om de krant te lezen, een praatje te maken ( zelfs als het nodig is praat ik tegen een hondje met een pet op, als het beestje mij kan inspireren. )

Overdag ben ik meestal erg druk en kan weinig concentratie opbrengen om iets op de pc of, op de laptop, te schrijven of, om ideeën uit te werken in een tekst of een gedicht.

Het leven draait  immers immer door.

Momenteel zit ik terug in zo’n periode die voor ADHD’ers, HSP’ers en hoogbegaafden wel zeer herkenbaar zal zijn.

Ik heb zo’n twee jaar terug mijn job moeten laten, het zoveelste hoofdstuk van het leven met stielen en ongelukken. Het leven van een hoogsensitief en bijzonder persoon.

(Prachtig hoe ik dingen toch beter kan laten klinken dan ze voelen.)

Het was eigenlijk een pijnlijke periode maar ik hield erg van mijn job en hield vol omdat mijn dromen daar waren.

Nog steeds geloof ik dat verpleegkundigen en zorgkundigen een belangrijke plaats invullen in het leven.

Je zou het niet geloven als je hen hoort praten en klagen in hun witte woedeaanvallen die van tijd tot tijd op ons worden geworpen.

De ochtenden waarop ik koel gemeden werd als ik op dienst kwam, de onuitgesproken ongenoegens, het mijden van mijn ogen, de messen in mijn rug. Ze doen pijn maar blijven me inspireren.

 

Ik was gekwetst en dat liet zich in mijn werk doorschemeren. Ik moest gas terugnemen om objectief te blijven en mijn boek moest een nieuwe wending krijgen, het plot moest hervonden worden.

Het was pijnlijk om mijn ongeboren kind in het haardvuur te werpen.

In poëzie vond ik mijn rust, ik ging sporten, ik schreef ondertussen verhalen in de hoop een nieuwe invalshoek te vinden voor mijn roman.

Ik zocht heil in het bidden en mijn kennis van de Oosterse wijsheid. De kwaadheid voor een verloren liefde bleef echter verder zinderen.

Af en toe ging mijn psychische gezondheid wankel  lopen.

Mijn voornemen om de rust terug te vinden tijdens mijn periode van ongewilde ziekte werd zwaar op de proef gesteld.

De rust kon ik niet meer in meditatie vinden en de medicatie die was afgebouwd moest onverwacht terug worden opgestart.

Van depressie was geen sprake maar de onrust en de onzekerheid, de eenzame dagen thuis en het onvermogen om tot zielsrust te komen brachten me in een fase van psychotiforme paranoïde waanzin.

Ik liet me tijdens deze periode intensief begeleiden en na de eerste inname van een antipsychoticum verdwenen de symptomen meteen.

De triggers bleven echter wel aanwezig maar ik had ondertussen wel manieren gevonden om ze niet meer te laten doordringen in mijn gedachten. Ik liet mijn gevoelens terug de overhand nemen en het rationaliseren van prikkels liet ik (zoveel als mogelijk) voor wat ze waren.

Mijn lesje had ik meteen wel geleerd. Het is niet verstandig om als HSP’er prikkels te analyseren en te gaan rationaliseren, ook al weet je dat de prikkels er zijn.

Ik leerde weer op mijn gevoel te vertrouwen iets wat ik zeker ben dat ik het kan beheersen.

De rationalisering liet ik achterwege door luidop onzin uit te kramen, liedjes te zingen, te rhymen, te dichten, luidop te fulmineren.

Het zal wel raar zijn  om mij soms bezig te zien maar ik vind het maar goed dat ik zo de nutteloze gedachten kan wegwerken.

Ik doe het nog steeds en ben ondertussen gewoon geworden dat ik de onmin van anderen over mijn gedrag kan voelen, horen, ruiken, zien.

‘Je ku me kloaten kussen’  hoorde ik een schrijfster voorlezen uit haar verhaal op een poëzie café dat ik onlangs mocht beleven.

Wel ja dat kan iedereen. Iedereen zou eens echt moeten kunnen schreeuwen van hoge daken dat, iedereen zijn kloten kan kussen.

Ik trek hier haar woorden wel heel erg uit de context van haar verhaal. Doch voelde het aan dat ik gelijk had om op mijn achtendertigste “fuck the world” te gaan schreeuwen. Het voelt nog steeds juist.

Dat ik een schreeuwerige kloot ben geworden. Dat klopt. Ik zal het niet ontkennen. Ik weiger een klootzak te zijn. Dus schrijf ik maar verder aan mijn eigen verhaal.

Woorden zijn voor mij als een schat. Gelukkig wordt je er niet van, maar ze blinken wel en ze trekken je aan, ze stoten je evenzeer af als je ze nutteloos aanwendt.

Woorden

Schat

Schattig toch wat je met woorden niet kan doen schat.

Blijf altijd jezelf en vecht voor je woord. Meer kan ik over mijn woorden niet zeggen.

En eigenlijk heb ik nu alweer veel te veel gezegd.

 

Advertenties
Categorieën: ADHD bij volwassenen, column, Over mijn blog, Psychische kwetsbaarheid algemeen, VolwassenwordenmetADHD, Wees jezelf, wat denk jij over dit themaTags: , , , , , , , , , , , ,

3 gedachten over “Woorden Schat

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: