Hofnar in eigen tuin.

Turend in de groene wildernis probeer ik tot beschouwing te komen. Staren is het enige waar ik voorlopig toe kan komen. Enige beschouwelijkheid? Daar van is momenteel geen sprake. Het enige dat ik voor me zie zijn bladeren, onkruid, takken in een groene wildernis achter mijn tuin. Het snijdt werkelijk in mijn ogen die met onkruid begroeide vlakte achter mijn tuin waarvan het gras een rosse verdorde prairie is geworden na de maandenlange droogte dit jaar.

Och wat haat ik die wildernis en alles wat ermee te maken heeft.

Toch gaat er een onafwendbare aantrekkingskracht van uit. Onheilspellend is een bos van verraderlijkheid. Onkruid vergaat niet en is van nature versmachtend en overwoekerend. Onweerstaanbaar is de ontegensprekelijke drang van mijn blik die zich op het groene vuilnisbelt der natuur richten. Op zoek naar iets verlossend dat ik er niet in kan vinden.

Van tijd tot tijd overkomt mij zo’n dag waarin ik lusteloos de dag doorglijd. Het bosje als enige tafereel van mijn ongenoegen.

Loosheid en lust vallen niet te verenigen maar vallen op deze dagen samen in de wildernis waarnaar ik de hele dag door zit te staren. Mijn blik wordt door ongekende duistere krachten die hun geheimen angstvallig willen geheim houden in de geborgenheid van het groene bladerdak en het spookhuis dat erachter zit verborgen. Kampen met indianen in onontgonnen gebied.

Mijn zielloosheid, mijn angsten, mijn tristesse en treurnis is dat van een woordenaar zonder woorden.

Een artiest zonder podium. Zonder forum of publiek.

Een hofnar zonder hof. Enkel een tuin met een aanlandende wildernis waar ik afstotelijk wordt door aangetrokken.

 

Advertenties
Categorieën: column, VolwassenwordenmetADHDTags: , , , , , , , , , ,
%d bloggers liken dit: