Kutsigaren en wijn met slechte smaak.

Mijn dromen brengen mij in verre en afgelegen krochten van mijn aan dolheid grenzende brein dezer dagen. Dat ik tout -court droom is al een wonder want ik slaap erg weinig. Het warme weer hult de slaapkamer in een tropisch klimaat. Zelfs de muggen die je in tropische gebieden tegenkomt gedijen niet meer en vallen zomaar van het plafond. Ik slaap dus maar in de woonkamer waar het wat frisser is. Echt slapen doe ik echter niet. De vage dromen blijven helder hangen telkens ik uit een remslaapje ontwaak. Dromen als hengsten van nachtmerries zijn dat steeds.

Misschien lees ik teveel Bukowski denk ik dan maar. De twisted mind of a writer. Het kan niet erg bevorderlijk zijn voor een goede nachtrust me dunkt.

Ik schrijf een gedicht in het holst van de nacht terwijl ik aan een sigaar lurk. De sigaretten zijn met de zon verdwenen. Ik ben het noorden kwijt denk ik. Met de noorderzon verdwenen gedachten komen zelden terug. Sigaretten ook niet als je ze echt nodig hebt. De sigaren van Cubaanse origine moeten waarschijnlijk al jaren in de vitrine van de sigarenshop hebben gelegen. Ze bladderen af en zelfs de smaak is niet te pruimen. Pruimen zou je op die verrekte tabak zeker niet doen. Zelfs in de kut van Lewinski zou je ze niet steken die sigaren. Dat wijf is vast wel beter gewoon. Dat beweerde ze destijds toch in de media. Of ontkende ze het? Wie kan het de kotse kut schelen wat een sigaarvretende pruim met tabak doet?

Bij dageraad spring ik op mijn fiets en ga mij een pakje saffies halen. Ook een energiedrankje, een groot blik.Misschien kan het de alcohol verdrijven die ik tot me heb genomen in de ijdele hoop de slaap te kunnen vatten. Sigaren en alcohol bij nachte zijn een slechte combinatie denk ik terwijl ik mijn trappers peddel in de hoop om vooruit te komen. Er zit maar weinig vaart in vandaag.

Dat alcohol vertragend werkt voor de geest dat is een feit. Dat het niet bevorderlijk is voor wielrenners is bij deze ook bewezen. Of zou het toch door die kutsigaren komen. Vanavond probeer ik het zonder sigaren. De tijd wijst uiteindelijk alles wel uit. Of is dit ook zo’n gedachte die op weinig tot niets is berust?

Ach ik neem mijn pc ter hand en schrijf het wel van me af. Dromerig haal ik het verhaal van ‘de moord op Ramon Vasquez’ voor de geest en de vijf ruggen waarvoor twee idioten de man met zijn wandelstok de dood hebben ingejaagd. Dronken op Franse wijn en slechte tappa’s. Al pijpend en slechte smaak fulminerend naar de homoseksuele kontneukende acteur. In de voetnoot stond dat het verhaal op ware feiten is gebaseerd. Hier haalt dus die Bukowski zijn mosterd. Ware feiten.

Ik steek mijn vijfde sigaret op en denk niet aan de dramatiek die er van uitgaat. Je doodroken is minstens even erg als met je eigen wandelstok laten doodrammen. De feiten zijn minstens even waarheid dus misschien zit er wel een verhaal aan vast. De fles wijn laat ik geheel tegen de zienswijze van mijn favoriete Amerikaanse literaire schrijver nog even in de koelkast staan. Drama is er al genoeg zonder er bij te hoeven gaan zuipen. Wat kan een kapotte lever trouwens iemand wat schelen? Sigarettenpakjes vertonen de afgrijselijke gevolgen van roken. Op wijnflessen staat voorlopig nog geen foto van de afschuwelijke gevolgen van alcoholisme. De drankenlobby doet het beter dan de tabaksindustrie. ‘Voorlopig kan je je beter doodzuipen dan roken’, is de boodschap die bij mij overkomt.

Ach we komen en we gaan toch allen heen met een luier. Wat er tussen in ligt is niets dan een dramatische ontwikkeling waaraan we allen door het leven aan onderhevig zijn. Wat kan het iemand schelen of je je sigaren nou in je mond of in je spleet oprookt. De drank giet ik alvast in mijn keelgat. Dat zou die schrijver, waar ik zo tuk op ben, ook vast wel doen denk ik. Wie kan het eigenlijk wat godverrekte schelen? Behalve Mevrouw Clinton dan…? En Monica, die er een smak geld mee heeft verdiend met die kut van d’er en Clinton zijn rookgedrag.

Ik kijk op de kaft van het boek met een venusheuvel en drukletters die, naast de titel, vertellen dat Bukuwski leeft. Zo leeft ook Herman Brusselmans die ook wel wat van zuipen en roken kan. Ik staar naar mijn pakje smokes op tafel en laat ze liggen voor de fles. Wat kan het ook kwaad? De zevers komen toch op mijn blad terwijl ik lusteloos voor mijn scherm zit. Zever spui ik toch de hele dag door. Ook zonder fles of sigaretten. Al gaat het een stuk beter met.

Het zal dan toch wel aan die sigaren liggen denk ik terwijl ik mijn lippen rond de flessenhals zet en zuinig een slokje neem. Het smaakt niet. Wat zou het me kunnen schelen. Ook slechte smaak is een smaak. Is de opkomende gedachte en ik neem een grote slok. Slechte smaak vindt je overal om je heen.

De drank doet me niets en de lusteloosheid waaraan ik onderhevig ben blijft over me hangen. Ik voel me een zielepoot, chagrijnig loop ik heen en weer, zet me terug voor de pc en schrijf een stuk, sta op en ijsbeer wat om vervolgens nog een alinea neer te pennen. Ik begeef me opnieuw naar de koelkast en zet de fles op tafel. Een glas heb ik niet nodig want dat getuigt enkel van een goede zin voor smaak. Aan hypocriet gedoe wens ik niet mee te doen.

Het chagrijn verdwijnt met de slokken vatsige wijn. Het kan me niet meer schelen de lust, de loosheid. Wie kan het trouwens wat schelen of ik eigenlijk een tekst schrijf. Welke kutrokende sigarenneukende lezer zou het worst kunnen wezen?

Ik schakel de pc uit en zuip me te pletter met een dikke Havana in mijn lelijke kutsmoel.

Over goede smaak zal ik het vandaag alvast niet meer hebben.

 

 

 

 

 

 

Advertenties
Categorieën: column, VolwassenwordenmetADHDTags: , , , , , ,
%d bloggers liken dit: