Feest in het dorp.

Vandaag is het feest in het dorp. Elk jaar wordt er in de Vlaamse dorpen tijdens de zomervakantie feest gehouden. God mag weten waarom. Joost weet het misschien ook. En dat mag Joost wel weten.

Het doet er niet toe. We gaan met z’n allen lekker naar het dorpsfeest dat al volop aan de gang is. Het is zondag en de bewoners zetten alles buiten dat door de heren van de vuilnis-ophaaldienst niet is meegenomen. Men noemt het zeer toepasselijk een rommelmarkt.

Rommel, rommel, rommel, en ( Ik zeg het u nog eens) , rommel, dat daar te vinden is zeg. Afgedankte kleren, die niet eens meer naar Afrika of, andere ontwikkelingslanden, worden verzonden wegens, te oubollig, versleten, smakeloos, anti-modieus, hoerig, lelijk, of, gewoon gemaakt in de ontwikkelingslanden waarvan sprake. (Een retourtje kunnen die mensen niet eens betalen. Wegens het lage loon dat hen wordt betaald voor de lelijke, hoerige, anti-modieuze, smakeloze, versleten of, oubollige kledij, die ze elke dag zelf  vervaardigen in aftandse textielfabrieken, in loodsen, in open lucht of, in de sloppenwijken waar ze in moeten leven. Het is echter niet omdat ze in armoede leven dat ze idioten kunnen genoemd worden. Wie koopt nu kledij op die ze zelf hebben vervaardigd. Misschien dat Belgen het smoesje wel zouden slikken. Ja heus. Belgen zijn daartoe in staat.)

Terugkeer is bijgevolg weinig progressief. Dat beseffen de textielarbeiders in de derde wereld dan wel weer. Wij echter? Ook het jaarlijks terugkerende dorpsfeest is een terugkerend feit. Elke zomer is het opnieuw van dattum. Idioten op een plein waar anders zelfs geen katten komen.

We gingen er heen met de fiets. De trein is (tegenwoordig) zelfs geen beetje reizen meer. Bovendien ligt het dorpscentrum in ons eigen dorp. Een treinticket is het niet waardig om tot ginds te reizen. Bovendien ligt het station bijkans in het centrum van ons dorp. Zelfs de kleermakers uit de derde wereld zouden dat wel snappen. De dorpelingen van ons dorp?

We lieten aldus onze stalen rossen aan de achterkant van de kerk rusten van de, vijf minuten durende, rit. Zonder water of voer lieten we die arme schapen er staan. Zonder hoeder, herder, agent, parkeerwachter of, stadswacht in de buurt.  Schandalig hoe dieren tegenwoordig behandeld worden. De kranten en de sociale media staan er bol van. Gisteren werd nog een kikker uit een geparkeerde auto gehaald. Dat was door een dorpeling, die het dier in het vehikel had opgemerkt. Hij had bijgevolg de ruiten ingeslagen om het dier van zijn ondergang te redden. Het bleek om het knuffeltje van Shakira te gaan, die niet aan boord zat, zoals de sticker op de achterruit van de wagen beweerde. Dorpsgekken zijn tegenwoordig in elk dorp alom aanwezig. Vandaag vergaderden ze zich allemaal om feest te vieren. Feest? Waarom zouden we iets te vieren hebben?

Nou ja, genoeg over dierenvrienden en narren.

Er komt tegenwoordig geen kat meer naar de kerk. Dus stonden onze fietsen wel veilig. Tegenwoordig heeft iedereen een afkeer voor de kerk. Zelfs straatkatten waren er in wijde omtrek niet te bespeuren. Zoals ik reeds heb vermeld.

Op de jaarlijkse kermis komt er anders wel genoeg gespuis buiten. De straat op. Met hun sokken die ze het hele jaar door hebben volgestopt met spaargeld en onder hun bedstee hebben verstopt om vandaag, de cara pils, de wijn uit brik, en de (goedkope) cava te kunnen betalen die ze parmantig staan te consumeren tussen de dorpsgenoten die ze pretenderen te kennen. Nochtans zeggen ze gedurende de rest van het jaar geen woord tegen elkaar. Enkel tijdens de kermis in het dorp kent iedereen elkaar. Zo lijkt het wel. Neen zo is het. Ik sta erbij en kijk ernaar.

Ik stel me er geen vragen meer over en loop van hot naar her tussen de uitgelaten menigte dorpsgekken. Ik ontwijk de blikken, de gesprekken, de dwaasheid van het leven in een Belgische zomer.

Sommigen namen de wagen om de afstand van een halve kilometer te overbruggen.

(Google maps toonde hen dat het vijfhonderd meter rijden was. Hun auto parkeerden ze op twee kilometer van het, afgesloten, centrum. Ze waren tevreden om zo dicht te kunnen parkeren. Twee is echt wel minder dan vijfhonderd. Daar ben zelfs ik van overtuigd. Over het metrisch stelsel ken ik gelukkig ook wel iets. Gelukkig hadden ze geen treinticket gekocht en had hun dochter haar hooverboard meegebracht zodat ze zeker niet teveel inspanning zou moeten doen om fris op het feestje van het allegaartje gepeupel feestvierders toe te komen.)

Er was een drukte van je welste in elk plaatselijk café.

Welgeteld één deftige kroeg telt het dorp. Er is ook, een iets minder deftige kroeg en, een homobar. Daar kom ik zelden. Weinig zin heb ik nog om in mijn kont genaaid te worden door minder deftige kroegbezoekers. Homo’s? Daar heb ik niets op tegen. In hun café kom ik zelden want er zitten vaak sociaal correcte heren die openbaar niet durven te spreken over hun seksueel gedrag. -Hypocrisie daar hou ik niet erg van.- Je kan van geen twee wallen eten als je er niet voor durft uit te komen. Zouden hun vrouwen het weten dat ze iets minder deftig zijn en homoseksueel?

De rommel werd teneinde terug in garageboxen en SUV’s gepropt en terug onder het stof gelegd voor een jaartje om ze bij de volgende kermis terug aan de mensheid aan te bieden.

We maken snel ons tochtje af terwijl we nog steeds als dronken bestuurders van de ene stoep naar de andere stappen. Vermijden is een goed coping-mechanisme voor kwetsbare mensen zoals wij zijn. Toch maken we even tijd voor een jongen die een ernstige vorm van Asperger heeft maar een gouden hart. Hij probeert zo goed hij kan om zijn maatschappelijke plicht te vervullen en heeft een aangepaste job gevonden op de werkvloer van de supermarkt waar ook mijn vrouw werkt. In een ander dorp weliswaar aan de rand van de groot(scheidswaanzinnige)stad Brugge. Eigenlijk gewoon een ander dorp in de buurt.

Neen wij stoppen enkel voor waardige mensen die ons iets kunnen bijleren. Je hoeft niet steeds normaal te doen als een dorpsgek om iets ontwapenend te hebben en wijsheid in je te dragen. Ik schenk de rest van mijn beurs aan de sponsoring voor de Mug-Heli die niet meer door de overheid zal worden gesubsidieerd en we gaan naar het plein waar het gemeentehuis in al haar pracht en praal pronkt tussen biertenten en hamburgerkraampjes. Vreten en drinken. Ik geef me er van tijd tot tijd wel aan toe. Ik koop wat pils en loop zonder me van anderen aan te trekken dansend van de ene kant van het plein naar de andere terwijl de band zijn muziek over Oostkamp loslaat.

De band speelt goed en kan vele stijlen aan. ‘I’ve heard it through the grapevine’. Na dit concert zullen we terug huiswaarts keren.

AC/DC sterft samen uit met ‘Dikke Rosie’.

We halen de fietsen op en vertrekken met gemend gevoel richting ons stulpje alwaar ik ‘Green Day’ door de speakers laat rammen. ‘American idiot’ Ook in een dorp kan het van toepassing zijn.

Ik blijf rusteloos terwijl ik dit schrijf en denk na over de wereld en de apocalyps. De Ruiters, het leven, de dood. Ik ben een bokkenrijder. Zo zal dat altijd blijven besluit ik.

 

 

Advertenties
Categorieën: column, VolwassenwordenmetADHD, Wees jezelf, wat denk jij over dit themaTags: , , , , , , , , , , , , , , , , , ,
%d bloggers liken dit: