Battle of the wasps

Stekend gevecht op het perron:

Dat wespen vervelende schepsels zijn dat zal niemand ontkennen. Ze achtervolgen je, prikken, zoemen, vallen je lastig en als er één in de omgeving is komen ze massaal met al hun troepen binnengevallen.

We lopen allen heen bij het zien van zo’n kreng in onze buurt. Een ondoordachte en bijzonder idiote reactie. (Weliswaar ingegeven door ons instinctieve natuurlijke vluchtreflex voor gevaar.) Eens je vlucht dan blijft het je achtervolgen. Dat is met ongedierte zo net als met alles dat het leven ons biedt. Problemen blijven je achtervolgen tot je jezelf met het probleem confronteert. Zo gaat het ook bij wespen. Je slaat ze beter meteen de kop in die engerds. Tegen de snelheid van een meppende hand kan geen angel tegenop. Tenzij de snelheid niet in verhouding staat met het steken van een wesp. Het zou me vrij verwonderlijk zijn want ik wordt zelden gestoken door wespen. Ik loop er nooit van weg en heb een heel oorlogskerkhof op mijn geweten die door wespen wordt bevolkt.

Bloemen noch kransen heb ik ze gegeven.

Ik wil maar zeggen dat het vluchten van wespen een operatie is die nutteloos is. Bovendien maakt het je vaak mateloos belachelijk.

Deze morgen toen ik op het perron stond te wachten op de trein naar ‘je weet wel nooit’ sloeg ik bijgevolg een legertje van die insecten naar de wespenhemel. Noem het een neiging tot psychopathische drang om te doden, of, noem het maar gewoon hoe je het noemen wil. Dood waren die beesten. Ze volgden me niet en niemand dacht dat ik naar hem stond te wuiven of, ontsnapt uit de kliniek. Ze dachten ook niet dat ik hen achternazat om hen in mijn psychopathie het graf in te jagen. Wespen het hiernamaals in helpen heeft aldus enkel voordelen was mijn gedacht.

De vuilnisbakken op het perron wemelden van dat ongedierte die, de starbucks-drinkende, medemens lastigvielen. Omwille van hun koffiederivaat met karamel, slagroom of ander gesuikerd goed ter verderving van hun gebit.

Het perron van de trein naar ‘je weet maar nooit’ was dus gevuld met een wuivende hysterieform krioelende mensenmassa. Het leek net alsof ze de trein dreigden te missen. De trein die misschien wel nooit zou aankomen op het desbetreffende perron.

Augustus, als de wespenpopulatie groeit en de wereld komt binnenvallen lijkt steeds een beetje op de invasie van de geallieerde troepen op de stranden van Normandië tijdens tweede wereldoorlog. Er zijn mensen die wuiven, mensen die lopen gaan als waren het collaborateurs, mensen die het front opzoeken om de aanval af te weren en het gevecht aangaan.

Ik ben geen collaborateur, noch heb ik enige sympathie voor hen of voor nazi’s en hun aanverwanten. Toch zoek ik wel het gevecht op met het wespengebroed. Tijdens mijn moorddadige raids op hun verwerpelijke wespenvolk zijn er hopen lijken en slachtoffers gevallen die massaal op het oorlogsterrein liggen begraven die ik nog steeds beheers. Zelden stak een wesp me alvorens ik hem kon meppen.

Ik had nog maar net een dame gewaarschuwd voor zo’n beest die het op haar broodje kaas had gemunt. Terwijl ik een slok van mijn biertje neem komt er zo’n spion van hun legertje addergebroed mijn mondholte binnengeslopen. De grens overschreden. Ik ben iemand van het soort dat denkt dat enkel ik grensoverschrijdende acties mag uitvoeren dus de enige weg voor het beest was de uitgang. Voor de wesp hield ik mijn keelgat gesloten en met bier en spuug omgeven stuurde ik hem richting mijn getuite lippen die al in paraatheid stonden om het ondier de wereld in te katapulteren met bier en met spuug vergezeld. Alvorens ik mijn bombardement wil uitvoeren besluit ik nog even op het frêle lijfje van het beest te zetten.

Terwijl zijn karkas kraakt voel ik zijn angel in mijn onderlip dringen. Ik was het slachtoffer geworden van een wanhoopspoging van een vermetel stuk vliegend kamikazepiloot. Ik spuw hem op de grond en trap hard met mijn voet op het overgebleven kreng.

In oorlogen vallen nu eenmaal slachtoffers aan beide kanten van het front, denk ik terwijl ik een soortgenoot, die de begrafenis alvast wilde regelen, tussen mijn duimen tot moes knijp.

Ik trek de angel zelfstandig uit mijn onderlip en zuig het gif uit de wonde. Het deert me niet.

Het wijf die me niet wilde helpen met het uitzuigen van mijn vergiftigde lip deerde me enigszins wel , ware het in beperkte mate.

Augustus?

Vallende sterren kunnen mij meer bekoren dan wespen.

 

 

Advertenties
Categorieën: column, VolwassenwordenmetADHD, Wees jezelf, wat denk jij over dit themaTags: , , , , , , , , , ,

3 gedachten over “Battle of the wasps

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: