Rouwende dans op een feest van trouw.

Soms schuilt het geluk in kleine hoekjes van grote zalen. Ik maak me deze morgen kwaad omdat mijn echtgenote zich zorgen maakt. Ik hou van haar en haar zorgen zijn ook de mijne.

Ik denk aan het trouwfeest waar ik het laatst ben geweest. Dat is al heel erg lang geleden. We worden ouder, we zijn ouders geworden. Begrafenissen zijn minder zeldzaam dan een trouw nu ,e ouder zijn, geworden.

Ergens in een hoekje van de grote balzaal, vol dansende individuen op een treurig lied. Een wals of, was het een tango? Het was op zijn minst een treurig lied tevens een beeld op mijn netvlies gegriffeld dat vervolgens zat verscholen en in de diepe krochten van mijn grijze massa was verborgen. Herboren herinnering aan een feest van ontrouw.

Elkaar omarmende en dansende paartjes. Er is echter niemand die het merkt. Het dansen is de beweging van droefheid, innige omhelzing op de dansvloer van een grote balzaal op een bal van maskers.

Ik blijf dus maar veilig in mijn hoekje zitten. Mezelf lavend aan het artificieel en verzachtend effect van de aangeboden drank.

Het grote dansfeest gaat aan mij voorbij. Dromend ben ik. Wegglijdend in een roes waaruit ik morgen zal ontwaken.

Net als de dansende menigte die zich evenzeer bezondigt aan alcohol en vertier. Zonder zich echter zorgen te maken over de dag van morgen.

Ik blijf in mijn zorgen zitten en de drank is enkel een zachte slaap geworden waarvan ik weet dat het niet zal blijven duren.

Ik staar in het gewoel van de dansende menigte. Zoekend naar iets wat ik niet vinden kan. Een gebroken hart op de tonen van dansende walsende smart. Ik wals mijn glas en laaf mijn dorst aan de drank die ik zuinig naar binnen giet. Wetend dat het geen oplossing biedt of, nooit zal kunnen bieden. Dromen uit een fles zijn als water die naar de zee wordt gedragen in vaten der Danaiden.

Verscheurend is de gedachte, dat het niet meer goed zal komen met de mensheid, terwijl mijn blik nog steeds is gericht op ‘het ballet van zotheid’. Op een feest met maskers van pierrots. Een lach en een traan. Een feest van de renaissance der droefheid. Een leven dat men niet dansend en drinkend kan souperen.

Ik besef plots dat mijn zoektocht op dit drankgelag, een orgie in een mensenleven, zinloos is.

Juichend en joelend voor een koppel. Een stel dat na een aantal jaren, hun kinderen, in de naam van de liefde verwekt, voor een ander zal gaan verlaten.

Ik verzuip me in het verzopen verdriet van de dansende idioten.

Terwijl ik, verscholen in de veilige bescherming van mijn eenzame schuilplaats, gedachten verzet denk ik “Kus allemaal mijn kloten” en worden mijn voelsprieten geraakt.

Dat net hier het kleine ietsiepietsie tikkeltje geluk in verscholen zit. In een kleine vonk van een idioot gedacht. Een vonk in het kussen van mijn ballen. Een vuur voor mijn zielig hart.

“Ach , wat doet die wals of, die tango er toe?”

Ik spring op als het ritme van de muziek heviger wordt en de schunnigheid van de gezongen tekst tot me doordringt en  mijn, aan drank onderhevige lichaam, in beweging zet onder impuls van ( de even schunnige ) gedachte aan mijn kloten.

De aanwezigen lossen elkaar in  hun omhelzing en gaan allen opnieuw aan tafel zitten om het buffet verder te zetten met hun opschepperij en leugenachtige verhalen over hun grootsheid en de lengte van hun lul.

“Lullen, ik kan er mijn geneugten niet mee vullen.”

Ik dans voort en huppel al zingend over de lege dansvloer. Een gigantische ongevulde ruimte waar net nog de liefde werd bedreven met het gekunstelde geluk van schoorvoetend gedans in elkanders armen. Verdoofd door de wijn en de liefde die enkel nog op een dansvloer van een huwelijksfeest te vinden is.

Niemand die ziet dat de sleeën waarmee ze tot bij het feest zijn gekomen gekocht zijn op krediet. Net als hun gelul dat vanuit de roddelbladen en de reality tv waarnaar ze kijken komt evenals vanuit het internet en de sociale dingen die er asociaal mee zijn verbonden.

Ik zie een man met een grote muil en een veel te weinig gevulde broek grijpen naar zijn mobieltje en dans lachend voort op de muziek die niemand hoort. Muziek die niemand tot bekoring kan brengen aan de tafels van ‘groot gedoe’.

Gestoord kijken de mannen met ingehouden blik en kriebelende dansbenen in mijn richting. Dansend op een lege dansvloer op een feest van groot verdriet.

Daar zouden ze willen zijn, dansend, vierend het geluk van hun veel te kleine piet.

Hun geverfde eega’s, ik noem hen gewoon schilderijen, houden hun mannen in hun ban, In de gevangenis van hun verbintenis van ringen zonder betekenis.

Lege doeken van lelijkheid onder de cosmetica op vrouwensmoelen. Verborgen verdriet in Armani pakken en Nep lederen Italiaanse schoenen.

Jeukend, kriebelend is de jaloersheid van mijn dansende aanwezigheid voelbaar tot in het diepste van de neurotische stemming van het huwelijksbanket. Wetend dat het doek wordt ontbloot als ze thuisgekomen zullen zijn en hun kleine pik in hun pyjamabroek zal blijven zitten.

‘Gangbang’ van cosmetisch gebrabbel en geile blikken die niet naar hun partners zijn gericht.

Het gevecht vindt straks buiten plaats, als het feest ten einde loopt.

Ik blijf liever huppelend op de dansvloer en laat me niet vangen door gebonden jaloersheid van stoere mannen.

Als de tegeldans opnieuw zijn aanvang vindt zet ik mij zwijgend in mezelf gekeerd aan de leeggelopen tafels met lege borden van een rijkelijk gevuld dessert. Terwijl het gevecht der seksen blijft duren staar ik voor me uit in verzonken gedachten.

“God blaas a.u.b. mijn kaars niet uit deze avond.”

“Zoveel schenen wil ik nog schoppen. Pilaren bijten. In het fundament van dit leven van zwartgallig melancholisch leven zonder toekomst in’t verschiet. Zeiken tegen de benen van onzinnigheid.”

Ik zie het nog steeds niet.

Ik kan niet vinden.

Ik weet nog steeds niet wat ik zoek.

Het geluk heb ik reeds gevonden in de kleine ruimte van een afgesloten hoek. Liefde heb ik gevonden. Misschien is het iets filantropisch? Ik weet het niet.

Al zoekend stap ik op mijn gammele fiets en zet mijn weg voort op zoek naar…

Een nachtwinkel met drank om vervolgens mijn denken voort te zetten in de vreugdevolle rust van een park bij het klaren van de ochtend.

Advertenties
Categorieën: ADHD en creatief schrijven, column, maatschappij, VolwassenwordenmetADHD, Wees jezelf, wat denk jij over dit themaTags: , , , , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: