Erten breken.

Cartoon van Kamagurka (c)

De ertebrekers braken hun West-Vlaamse oerklanken uit door de boxen van mijn hifi-apparatuur. Flip Kowlier probeert zijn vriend een hart onder de riem te steken in het nummer van de eerste cd van de band. Veelbelovend project. alweer met een frontman die van wanten weet. De vriend in het lied blijkt een echte zwartkijker te zijn. Zou het de schuld zijn van het apparaat? Het kalifaat? De bourgeoisie? Ik weet het nie(t).
Het kriebelt alleszins om even bij de platenboer langs te gaan want vandaag is de release van hun tweede album. De singel is alvast veelbelovend. “Paranoia” is een veelbetekenende song. Achtervolgd worden is zo gek, vooral als het eigenlijk niet zo is. Dat maakt het nummer best interessant want ik denk dat de meeste mensen er last van hebben. Ze durven het je niet te zeggen want ze zien in alles een complot. Soms doe ik het ook wel eens. Voor de lol dan. Bewust paranoïde zijn is nog gekker. Het maakt je erg bang en dat is fijn.

Soms laat ik me aldus ook wel eens op dergelijke zwartgeblakerde manier uit over de onzinnigheden, en over de tegenslagen in mijn eigen leven. Dat van mijn vrienden! Daar laat ik me niet zo gauw over uit. Daarvoor zijn vrienden. Ze zwijgen over je. Dat maakt hen net tot vriend. Ze zullen je niet verraden uit eigenbelang. Ze liggen maar dun gezaaid en dat is me maar best zo. Veel vrienden hebben is geen referentie voor geluk. Het houdt eveneens de kans om te zwartkijken tegen en dat is pas kut aan het hebben van vrienden.

Zwartgalligheid. Het heeft me persoonlijk nog nooit erg veel verder gebracht dan het schrijven van een leuke tekst of, een veel te bombastisch, gedicht. Van tijd tot tijd laat ik me dan los in oeverloos gewauwel over de imperfectie in het leven van de mens.  Het enige perfecte aan perfectie echter is dat ze niet perfect is. Gelukkig maar. 

Perfect voor mij. Imperfectie heeft zoveel potentieel in zich zitten. Je moet het enkel te cultiveren en te kneden naar je hand. Boetseerwerk is nooit perfect. Wel vaak heel erg mooi en steeds persoonlijk van aard.

Ik stap in m’n kloffies, die naast de zetel liggen waar ik gisteravond in slaap ben gevallen. Niet lang. Ik slaap zelden nog lang. Bang van de nacht geworden denk ik.

Ik zet vervolgens een pot koffie terwijl de eerste hijs van mijn sigaret m’n longen wakker schudt in de gedachte ooit eens te zullen moeten stoppen met dat roken. Ik denk dat wel vaker. Proberen deed ik het nog nooit.

Stoppen ligt mij niet zo erg goed. Stoppen is gelijk aan stilstand en inertie.  Stilstand heeft een erge neiging in zich om de zaken in een erg nauw perspectief te brengen. 

Perfect voor de mens die zwartgallig het leven leidt en erdoor wordt bevestigd. Hij of, zij pakt beter een grote kei en een koord. Of, zorgt voor een levensdoel. Iets om tegen te vechten, liever iets om voor te vechten. Ik ben een voorvechter om mensen die zwartgalligheid veinzen door het gebrek aan identiteit te beschimpen en zich in weemoed verder te laten verdrinken.

De “die hards”der dramatiek echter, (Degenen die bewust melancholie verkiezen boven een roze bril.), wentelen zich er maar al te graag in. Zij zijn de ware melancholie toegedaan en verdienen het om ongelukkig door het leven te gaan. Daar zijn we erg blij om met deze verdienste. Verder verdien je er weinig aan. Lezen over verdriet en kutzooi in de maatschappij? Waarom zou je het doen. Er is al genoeg kut te zien in de romantische films op tv. Misschien maak ik wel eens een werkelijk dramatische film, waar snotterende wijven en huilende mannen de bioscoop verlaten in de gedachte dat het leven niet waard is te leven. Ik zou ze goed bij de kloten hebben in dat geval. Melancholen bevestigen dat het leven de moeite waard is.

De vrije ruimte binnen het zwarte gedachtegoed is immens.  De inspiratie die het onzinnige van het leven met zich meebrengt is eindeloos en doet je bewegen doorheen de misère en de donkere krochten van de menselijke grot. Ik ontkracht de mening van mijn entourage, die beweert dat ik me in verdriet wentel en zelfbeklag. Ik heb gewoon schijt aan mensen die in alles het beste zien en die snel tevreden zijn. Ze zijn niet te betrouwen wegens een gebrek aan kritische gedachten over de wereld om zich heen en bij uitbreiding over zichzelf. Ze beweren graag dat alles bij jezelf begint maar leven liever naar het beeld van een ander. Hoe dramatisch kan dat niet zijn? Ze zien het niet. Daar vind ik mijn plezier.

Een uitgehold bestaan. Een leven met meer stalactieten dan stalagmieten. Hoe ouder men wordt hoe meer de tieten gaan hangen. Ik zag het onlangs nog bij een wijf op de tv voor één of, ander programma. Zon kutserie waar men wordt gerestyled tot een geboetseerd beeld met een neiging tot perfectie.Althans wat de kudde perfect zou vinden in hun geval.

Perfecte situatie om centen mee te genereren voor de tv bonzen. Evenzeer is deze trend zo dramatisch, een bijna Grieks dramaturgisch werk, om een geërodeerd leven terug leven in te blazen met een opgepimpt lichaam in een pakje met een strikje er rond. De tieten blijven onverminderd hangen. Je ziet het pas als je het pakje hebt uitgetrokken. Dan pas zie je de tristesse van hangende tieten in. Erg plezierig vind ik dat. Anderen kunnen er niet zo mee lachen als ik begin te schateren omwille van de dwaasheid die ervan uitgaat.

Ik wordt meestal snel het zwijgen opgelegd. Het werkt enkel antiproductief en ik praat nu enkel nog luidop en enkel tegen mezelf. Anderen vinden het maar een triestig zicht. Daar heb ik mooi schijt aan en lach dan in m’n binnenste. Hartelijk. Gek ben ik toch al hebben ze mij bevestigd.

“Is het leven dan een illusie?” Vraag ik me af terwijl ik de koffiekan op tafel zet een warme slok inschenk in mijn kopje. Opnieuw is de koffie veel te straf en mijn hart slaat even over in een ritme dat elk gevoel van inertie doorbreekt.

‘Neen?’ Illusies zijn voor realisten. Wiskundigen en zo. Voor de non believers van de echtheid.

Ik hoor u al zeggen dat net wiskundigen geneigd zijn tot realiteit en exactheid. “Niets is wat het lijkt”. Realisten, en mensen die aan de exactheid van principes, vasthouden hebben een hoge nood aan handjes. Handjes die ze kunnen vasthouden en laten deze nooit los. Erg vervelende saaie klootzakken zijn het. Conformist zijn het lijkt me erg vervelend? Exacte mensenschepsels zijn van nature inert in hun denken dat wel wil uitbreken maar niet rijp zijn om dat te kunnen doen. Onderhuidse puisten zijn ze die nimmer zullen uitbarsten. Hoe zielig? Toch?

Grenzen overtreden? Het exacte verlaten. Grenzen oversteken is zeer beangstigend en het gevoel om te kunnen vliegen brengt het gevaar mee om van hoog te kunnen vallen. Of, om uit de hoogte te gaan doen. Herman Brood zou het je nog kunnen navertellen als hij niet op het Hilton had gestaan om zijn vleugels proberen te strekken. Ik denk dat hij al vloog door het poeder in z’n neus. “Neen” Het was geen meel dat de betreurde held in zijn spuigat snoof.

Ik bereken vervolgens nog eens het bewijs dat nul gelijk is aan één. De wiskunde valt meteen de stelling af. Dat vind ik leuk in het leven. De onzekerheid bij het wegtrappen van de krukkken waarop hun hele leven is gesteund. “Ach”, Het leven is helemaal niet exact. Enkel je geboorte en een graf, net groot genoeg voor de inhoud van je leven. De enige zekerheid buiten het feit dat alle onheil tussen geboorte en dood aardig is meegenomen voor zwartkijkers.

Grenzen zijn wel degelijk te doorbreken en vliegen kan men zowel doen in euforische gedachten net als in donkerheid en melancholisch denken. Ik blijf liever met beide voeten op de grond staan terwijl ik vlieg. Zo ben ik al vaker op m’n smoelwerk op aarde weergeland. De pijn is extatisch en geeft je leven inhoudelijk een boost. Vallen is een reden op zich om van het leven te genieten. Zeker als het een ander is die je ziet te pletter vallen en in de dwaasheid van mijn op niets gesteunde verklaring teert door mijn woorden te beschouwen als realiteit. Mijn schrijven is zo doorspekt van de demagogische stellingnames dat iedereen bijkans gelooft in wat ik schrijf. Ik zeg u ik meen het echt als ik iets schrijf. Zelfs al is het ongemeend. Noem het gemeen? Gemeen zijn zit in elk van ons, gemeendheid is zelden te vinden. Dat meen ik dan weer wel.

Ik geef, zonder dit ook daadwerkelijk te menen, het kalifaat de schuld van onze politieke instabiliteit. Ook het uitblijven van wereldvrede, door het uitblijven van een miss België met een zekere inhoud geef ik de schuld van het veranderende klimaat in een verloren milieu. Ik wentel me in de diepte van de platonische grot, onder de leegheid van het gesternte, waar niets anders is te vinden. Donkere duistere stilte. De hemel staat niet in de sterren geschreven. Ze ligt aan onze voeten. Ik worstel me diep in de aarde. Daar, in de kern is het einde van de wereld te vinden. Hoe mooi is deze gedachte niet? Het centrum van de aarde is het einde van de wereld. Baanbrekend is deze theorie. Het komt uit een lied van “Green Day”. Dat Amerikanen idioten zijn was een minder baanbrekende stelling van de punkband.

Het is nog net te vroeg om een café te vinden die open is en de frigo is leeg. De wiet is op en de heroïne heeft me een bijna slapeloze nacht bezorgd. Vooral het feit dat ik eigenlijk tegen druggebruik ben baart me zorgen. Enkel echte dramatische personen, met een hoofd vol puisten, alsof ze net zijn overreden door een vrachtwagen geladen met watermeloenen, of, mensen die, precies een stroomstoot hebben gekregen, tijdens het stelen van koper op het treinspoor, mogen zich bezondigen aan vergif. Ik verzin maar wat. De wiet van tegenwoordig is niet meer te roken en maakt de mensen ziek en de heroïne is van slechte kwaliteit. Ik blijf er liever van. Dat zouden anderen beter ook maar gaan doen.

Ik neem mijn farmaceutisch, (legaal), gif dan maar in. In de vorm van, veel te dure, pillen die even slecht zijn als de voornoemde drugs en dezelfde neurotische synapsen bespelen als het spul dat illegaal is en veel goedkoper te verkrijgen. Rilatine, xanax. Een shot speed voor de rust en een glas alcohol tegen de angst. Ik rol een medicinaal wietje en vind de rust terug om te beginnen met schrijven.

Schrijven over wansmakelijke zaken en over mensen die zwaar lijden onder het bestaan kan me intens gelukkig maken als het klootzakken betreft. Misschien zijn het wel de pillen die ik moet nemen die hiervoor zorgen? Wie zal het me zeggen. Ik neem ze enkel omdat ik anders niet te genieten ben. Dat vind ik wel fijn, maar de anderen niet. Zo’n onmens ben ik dus niet. Men beweert van wel. Toch schrijf ik melancholisch verder terwijl ik me eraan verblijd.

Gisteren nog zag ik de grap wel in van de bewering over de rijkdom van de Belgische politieke partijen. NVA wordt genoemd als potentiële rentenier. Het artikel wordt geflankeerd met een kleurige grafiek die deze stelling moet bekrachtigen. Mijn lach is echter bitter en groen als gal. Ik maak een rekensommetje en concludeer dat het uiteengerokken Belgische politieke landschap het beeld van de kleurrijke grafiek vertekent en ik halveer de partijen die, rood, oranje, geel, blauw, groen en bruin zijn, van tien naar vijf en zie dat de traditionele partijen op federaal niveau allen aan rentenieren toe zijn.

Het enige wat van wiskunde kan worden gezegd is dat het enkel exact is als men het kan gebruiken om de waarheid te verdoezelen. Elke fysicus is het met me eens dat in de fysica exacte getallen enkel worden gebruikt om tot vereenvoudiging te kunnen komen. De relativiteitstheorie is relatief in zijn exactheid. Dat had Einstein goed gezien. E-m.C2 is bijgevolg een vergissing met genialiteit tot menselijkheid gebracht.

Het gat in onze begroting is echter echt wel een diep dal geworden. En dat is realiteit. Als men refereert naar de minister van volksgezondheid kan men enkel zeggen dat een gat twee keer zo groot is als men beweert. Als je erbij optelt dat een gat twee kaken heeft dan is in het geval van de minister het gat in de begroting wel erg diep.

Vorige week nog zag de premier (van lopende zaken) met enige verbazing in dat het gat werkelijk tweemaal zo diep is als hij eigenlijk had gedacht. Hij repte zich na deze ontdekking vast naar de brandkast om het smeergeld van de aankoop van nieuwe straaljagers in de haard te gaan verbranden. Een gat in de partijkas. Het kon er nog wel bij nadat zijn regering was gevallen.

“Nou.” Aldus vond ik het lied over de zwartgallige vriend van Kowlier eigenlijk best wel grappig.

Ik sloot de hifi keten af om een uur of acht en reed snel om Duvel. De enige Engel op deze aardkloot. Zij mag als enige op mijn tong zeiken. Voor de rest slik ik niets meer van anderen. Gezeik hoef ik niet te pikken. Het partij geld mogen ze gerust houden.

De minister van volksgezondheid kan wel dienen als kurk om het gat in de begroting te dichten.

(Deze tekst is niet beledigend bedoeld maar spruit voort uit de analyse van de media die ik vandaag onder ogen kreeg.)

Ik dank Luc Zeebroek voor het gebruik van zijn cartoon voor “De Standaard”

Bovendien wens ik veel sterkte aan Loes. Ik wens je waarlijke moed en sterkte in de liefde van je naasten en ik geloof erin dat jij het geloof zal vinden dat het de moeite waard is geweest. Dat meen ik en zal in gedachten bij je zijn en met mijn hart.

Thomas Haghenbeek (c)

Advertenties
Categorieën: ADHD bij volwassenen, ADHD en creatief schrijven, column, maatschappij, Wees jezelf, wat denk jij over dit themaTags: , , , , , , , ,

Een gedachte over “Erten breken.

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: