Oceania:

In de diepblauw staar ik in het diepe.

Niemand! Dan ik en haar.

Maar dat kan schijn zijn!

Zo is de zee wel vaker een bedriegster.


In haar golvende baren staat vaak enkel,

De schijn geschreven dat bijvoorbeeld, oceanen leven zouden…

Dat beweert ze immers graag met haar gracieus en

exposant gebaren van haar grootheid!


Waanzin lijkt mij! Terwijl mijn blik zich

In haar werpt en ik haar vervloek.

In haar is immers meer dood gezonken

dan in de bodem van een dronkenmannenvat


Volmondig en zonder schroom vertel ik haar.

Wat ik van haar denk? Ze begint me te sussen.

Blussen van een laaiend vuur. Haar woorden zijn als ruis.

Mijn ogen kijken haar dorstig aan. Als bloed.


Ik nader haar met gehouden tred in het mulle van het zand.

Met voorzicht immer nader ik haar.

En haar kammen in haar haren vatten vuur.

Zo is het dat ze alles in haar op kan slokken!


Steeds opnieuw kan zij je van je sokken blazen!

Ze is als een Godin als ze zo alles van haar te kennen geeft

dat ook religie in zich heeft zitten.

Aldus benader ik haar ook altijd met tact.


Want ze bezit levensadem die door me pompt

als ze me aanroept. De lokroep van sirenen.

En ze belooft me!


Dat ze mijn zorgen zal nemen.

Dat ze warmte zal geven.

Dat ze me altijd zal verzorgen.


Maar! De kille killer in haar kijkt me aan met wispelturen!

Loze beloften met de wrange smaak van brak water!


Ik deinsde al lang niet meer terug voor haar bedrog.

Ik keer toch op mijn sokken terug.

Een populair lied,

over een oude man en de zee rukt met de wind mee in me op.


Zij zal mijn leven niet zonder zorgen aan de zonden maken!

Nooit zal ik haar boezem beminnen!


Want enkel zij kan me met mijn zorgen trouwen!

Nooit zal ik onze intense

onmogelijke liefde berouwen.


Thomas Haghenbeek 13/05/2020

.

Categories: ADHD en creatief schrijven, GedichtenTags: , , , , , , , ,
%d bloggers liken dit: