Een eind in mei; Zonnewende!

De regen steekt de draak Ergens een eind in mei Tussen het stralen van de zon heen; Op het diefje van de nacht! Haar waterhemel geeft van katoen De zeldzame gouden lijnen laat ze toe; Wijl ze lakens deelt; Omdat zij de zede is die de moraal bepaalt. Het rosse gras heft even het hoofd, … Continue reading Een eind in mei; Zonnewende!

Wees thuis

Hier werden de wezen wees! Gehuisvest in verwoest gewest door eenzaamheid, In de palm genomen! Het razen in roezende junkiehoofden! Het hangen van luie hangende jongelui! Verval op het krot! Rest is niet steeds het equivalent van dromen! Bewoners zijn er geweken, Naar oorden waar andere naalden moorden. Maar wezen blijven in wezen wees! Het … Continue reading Wees thuis

Oceania:

In de diepblauw staar ik in het diepe. Niemand! Dan ik en haar. Maar dat kan schijn zijn! Zo is de zee wel vaker een bedriegster. In haar golvende baren staat vaak enkel, De schijn geschreven dat bijvoorbeeld, oceanen leven zouden… Dat beweert ze immers graag met haar gracieus en exposant gebaren van haar grootheid! … Continue reading Oceania:

Lapper aan’t fort

Krom zijn de gebroken gelederen gebogenin de wind naar verandering. Achter de poortgeopend met een “fuck off" in de richtingvan de statige gedrochten verderop. Dit stuk ongereptheid leeft nogeen sterven. Aan de stedelijke zoomgewonnen! Ooit verloren wezen aan de strijd.Nu veroveraar geworden op de tijd. Waar ze vandaag tot stilstaan wordt gebracht.Wederkerigheid naar de verloren … Continue reading Lapper aan’t fort

Dageraad (gedicht)

'Kriek De dag in de zon Bij ochtendgloren Drachtig van haar ongeboren Vol van smaken Scherp en eigenwijs Als ongerijpt Als ongerijmd Zwanger door de dageraad Gebracht om straks, Als de avond valt De zon op sterven staat Zonder zuur meer Maar zoet in een bad vol smaken Gedragen in haar bruidsboeket Int wild van't … Continue reading Dageraad (gedicht)

Licht lezen.

Mijn schrijven is onbegrensd als mijn pen haalt en letters krast doorheen de scharlaken nacht. Onbegrensd is mijn veer. Het licht waarin woorden stralen die de zin vormt van mijn verhalen. Zonder stoppen, Zonder dralen. Zijn de tongen die vertellen wat hun ogen kunnen zien. Enkel willen schreeuwen. Dat ze me nooit zullen kunnen lezen! … Continue reading Licht lezen.

Zin

Soms zinnen ze niet, mijn zinnen. Dan vormen woorden moorden op de zin. Zonder metrum of, akkoorden. Dan blijft het stil op 't blad. Letters met geweld tegen de pan gespat. Druppels bloed. Rood op een witte muur. Het verhaal van mijn schrijven is obscuur. 't Gebeurt altijd op nachtelijk uur. Wanneer niemand kan getuigen. … Continue reading Zin

Café ‘Stop’ (Gedicht)

'K stop nog even bij café ‘Stop’ Een echt café nog Je weet wel? Als vroeger nog In ‘t dorp Waar nog echt leven leeft Doet wat men toen nog deed Men aan de dis nog zitten mocht Een echte dis Echte mensen In dat café zit ik nog In 't late uur In ‘t … Continue reading Café ‘Stop’ (Gedicht)

Voorjaarskoers: (gedicht)

Op een stadsbank tuur ik lente af, Ze komt gestaag op gang. Het peloton in Milaan staakt vandaag de strijd. T'is pré-coronatijd Geen Vlaandren, geen Roubaix wellicht Een virus smeet de poorten dicht Het opgeven tekent begin Het wordt dodelijke strijd Maar de bloemen bloeien Het gras wil groeien De natuur ontluikt in elk facet … Continue reading Voorjaarskoers: (gedicht)

%d bloggers liken dit: