Sterven in mei

Het lijkt wel zielig als ik denk aan je gedreven staren naar de dood die lonkte. Terwijl het leven langzaam in je stierf baart het mij enkel nog een kwaadheid over leven. Woede over jou en hoe je leven tot je stond. Een woede over niets meer dan hoe leven kan zijn voor lieden. Hoe … Continue reading Sterven in mei

Dat wat ik vurig bemin.

Als er marters zouden wonen in mijn hart En ik eraan verga van smart. Tijdens novembermaanden Zij het gelijk in mei, als ze knaagt en mijn jeugdheid vervaagt. Als het ooit in me daagt dat ik als rottend fruit ben waar kleine dieren wonen,  Zich te goed doende aan het sap in een vrucht, een bom … Continue reading Dat wat ik vurig bemin.

Porselein.

Breekbaar is mens zijn. Pijn Als Lijk In het leven staan. Atlas laat de wereld vallen. Wereld zonder ruggengraat. Achilles breekt zijn pees. Mensen Goden? Goden Mensen? Breekbaar werk In porselein. Thomas Haghenbeek (c)

Over poëzie.

Poëzie is kunstig woorden boetseren. Van indrukken beelden maken. De dichter knutselt onsamenhangende, betekenisloze gedachten. Laat ze in woorden tot verbanden komen. In deze samenkomst van verbondenheid komen droombeelden gevoelig tot levendige realiteit. In vrije dichterlijkheid of, in de structuur van poëtische stijlvormen. Poëzie is taal die mensen raakvlakken biedt in de ijlheid van gedachtestromen. … Continue reading Over poëzie.

Orenspitsen

Verdronken in een droge bedding:  Droge bedding van een rivier.  Leeg, geconsumeerd.  Water dat ooit smaakte naar witte wijn.  Onvoltooid verleden in vergadering van liefde op de oever.  In het stadspark op, heden, lege banken.  Mens gedreven liefde.  Randen van een passionele bedding.  Verbond in drankgelag.  Nu wacht ik haar op in volle leegheid.  Een muze die niet komen zal.  Ze kan witte wijn niet doen smaken als … Continue reading Orenspitsen

Mijn klokje (gedicht.)

Mijn klok tikt tijd voor bij thuis zozeer als elders. Vertekend door tijd bedeeld. Biedt zekerheid. Schrijdt woorden voorbij als ze worden uitgesproken. Door de klok achterhaald. Nimmer ingehaald. Al heb je een ziel verkocht. "Demonen" omgekocht. Dichterlijk, poëtisch, literair. Schrijvers door de tijd beknopt. Over hun woorden heen. De tijd bespelen zelfs door dichters. … Continue reading Mijn klokje (gedicht.)

Wind.

Sierlijke winden overspoelen ons. Woelend onder het dons dat ons bedekt. Geurloos, blijven zij. Onopgemerkt? Bekleedt met de sluier van onschuld. Scheten zijn stank onder satijn. Waarheid zal altijd waarheid zijn. Ze wordt steeds onthuld. Wanneer het dons opveert. Alles kan men in lucht vervatten. (Thomas Haghenbeek) (c)

Deze neger komt zo hard (gedicht.)

Negers die hard komen. Zijn zelden zwart. Doen dames dromen. Over hard bedreven liefde. Utopisch op een podium, komen. De daad is wack, Niet sterk. Als een negroïde man. Hun lied zwak. Zwartgeblakerd. Geurend als roet. Een poëet daarentegen. Neemt. Niet te mijden. Keurig. Een wijf. Met nette woorden. Metrisch. Zonder akkoorden. Harder. Dichter. Zonder … Continue reading Deze neger komt zo hard (gedicht.)

Jotie.

"Een ode aan een man en zijn hoofd. Waarin ik ben verdwaald." Johan Geraard Adrian T'hooft was een neo-romantische poëet waar ik heel erg vaak aan denk. Soms hoop ik, bij nacht en bij donker, dat ik bij hem verlossing zal kunnen vinden. Het is me tot op heden nooit gelukt. Verlossing en inspiratie verschillen … Continue reading Jotie.

%d bloggers liken dit: